Aaah...de herfst! Jaargetijde waarop de bladeren van de bomen in de tuin vallen met een even grote achteloosheid als die waarmee jonge (en oude) HR-snaken mij tot in den treure afwijzen voor jobs waarvoor ik naarstig en tijdverslindend gesolliciteerd heb, om ook in mijn loopbaan een nieuw seizoen aan te snijden. Het zou nochtans zacht kunnen, zoals bijvoorbeeld de omgevingstemperatuur die ons dezer dagen omarmt, maar neen, mijn 18 jaar professionele ervaring en – ondertussen schijnbaar belegen – masteropleiding worden snoeihard afgewezen en even achteloos platgetrapt als de gevallen bladeren op straat. Een mens zou haast gaan denken dat het leven niet begint bij 40, maar zonder tussenseizoen ook direct in die herfst is terechtgekomen.
Solliciteren en niet eens worden gevraagd naar een motivatie, achtergrond of persoonlijke uitleg van het hoe, wie, wat, waar, waarom, maar botweg genegeerd worden als een bedelaar of zigeunervrouw met een bosje bloemen, heeft namelijk een even onfrisse geur als de verschaalde pis die de stationsgangen vult. Vooral omdat er – althans volgens de media – een onverbiddelijke “war for talent” heerst, maar veel meer dan wat schijngevechten in de marge heb ik nog niet mogen ervaren. Advertenties waarop je reageert en waarvoor je vervolgens tot compost wordt gereduceerd (“we plaatsen u in onze wervingsreserve en zullen u contacteren als een nieuwe opportuniteit zich voordoet” – [NOT!]), verschijnen na enkele weken, soms maanden, gewoon opnieuw, alsof jouw vluchtige passage niet meer was dan een lastige najaarsmug die even een kortstondige ergernis vormde. Onverwijld verwijzen deze pseudo-psychologen hoogdravend naar de voorgestelde functie als een “opportuniteit”. Maar een functie waarvoor men het onderste uit de kan wil halen en het maximum aan vaardigheden wil invullen met een minimum aan kosten noem ik niet bepaald een opportuniteit. (Ik ben toch niet gek!)
Nog volgens de mediamarkt zou mijn status als kandidaat er zienderogen op vooruit gaan als ik mijn kandidatuur voor jobs zou stellen via Twitter. Daar kan ik alleen het volgende op antwoorden: mijn marktwaarde laat zich niet beschrijven in 140 tekens. Heus niet. Evenmin zal ik mijn rating verlagen om de markt ter wille te zijn, in de hoop als dusdanig opnieuw een afzetgebied te vinden. In dezelfde functie blijven, maar elders? Een break-even is toch geen winst !?
Voorlopig blijf ik nog even aanmodderen, hopend dat de herfst gauw weer voorbij is, of dat er toch af en toe minstens een straaltje zon doorbreekt. (Afgelopen zaterdag gebeurde dat overigens even in De Kollebloem in Puurs, waar An Nelissen van jetje gaf met de voorstelling “Zus (Heden geen porno)”; een hartverwarmende aanrader.) Aan de recruteerders die het zogenaamd lastig hebben om kandidaten te vinden kan ik alleen maar opmerken: you only get what you give. [Applaus. Gordijn. See you at the afterparty.]
Wednesday, 12 October 2011
Wednesday, 5 October 2011
The Worker
8u02, Puurs* (voorziene vertrektijd): “De trein naar Leuven heeft enkele ogenblikken vertraging.”
8u10, Puurs*: “De trein naar Leuven van 8u02 komt zodadelijk aan op spoor 2.”
8u30, Mechelen*: “De trein naar Brussel-Zuid heeft enkele ogenblikken vertraging.”
8u42, Mechelen*: “De trein naar Brussel-Zuid van 8u02 komt zodadelijk aan op spoor 10.”
*Naar keuze te vervangen door willekeurige NMBS-stations en tijden.
Afgezien van het feit dat de NMBS de termen “ogenblikken” en “zodadelijk” als uiterst rekbare begrippen hanteert (van soms minstens 10 tot 15 minuten), blijken de vertragingen dezer dagen ook weer schering en inslag. Sinds ik na mijn deugddoende vakantie het publieke vervoer weer dagelijks mag bezigen, ben ik nog geen ogenblik op tijd op kantoor aangekomen. Niet dat dat altijd een ramp is, met die flexibele en glijdende werkuren tegenwoordig, maar toch zijn vermoedelijk niet alle werkgevers even inschikkelijk voor wat betreft de rekbaarheid van de door de NMBS gebezigde begrippen, bedenk ik mij dan. Geen hond die het waagt om zo rond 9u15 tegen zijn overste aan de telefoon te zeggen “Ik heb enkele ogenblikken vertraging, maar ben zodadelijk op kantoor”, als hij verondersteld wordt op dat eigenste ogenblik en al sinds 8u45 stipt in de vergaderzaal te staan met de geüpdatete charts voor de vergadering van de raad van bestuur. (Overigens bedenk ik mij eveneens of het personeel van de NMBS ook “glijdende werkuren” kent, en of die bij aanwerving al na enkele ogenblikken, dan niet zodadelijk worden toegepast, doch dit terzijde.)
Daarenboven dient het openbaar vervoer per spoor met zo massaal veel (en steeds meer) volk te worden gedeeld, terwijl het rollend materieel nooit wordt aangepast, dat je niet alleen van geluk mag spreken als je nog een zitplaats bemachtigt – ik reis uiteraard in 2de klasse, unlike de vele ambtenaren die nochtans worden betaald met het belastinggeld van 3/4 van de rollende pendelaars; of zoals Fischer-Z het al zong: “second class and second best” – maar heden ten dage ook al blij mag zijn dat je je, met je billen tegen de ruit van de deur geperst, op één been aan de scharnierpaal van diezelfde deur zwaaiend, nog recht kan houden en in elke bocht net niet wordt platgewalst door de meute die het kleine halletje bevolkt en zich evengoed tracht staande te houden, of op het perron wordt gekatapulteerd als de deuren zich openen bij de volgende halte.
Soms – correctie: élke dag – vraag ik me af hoe de mensen zouden reageren als pakweg de bakker zijn klanten op die manier zou behandelen. “Het volkorenbrood zal vandaag uitzonderlijk niet worden gebakken. Er zal morgen rond 10u een vervangingsbrood voorhanden zijn in de bakkerij van het volgende dorp. Mensen die vandaag toch nog een volkorenbrood wensen te consumeren, wordt aangeraden zich te wenden tot de Delhaize, alwaar men volkorenbloem kan kopen, om zich vervolgens te begeven naar Vandenborre, en daar een broodmachine te bemachtigen, zodat u alsnog zelf een volkorenbrood kan bekomen als u dat echt nodig acht en niet tot morgen kan wachten. Mensen die vandaag niet bij hoogdringendheid een volkorenbrood nodig hebben, wordt aangeraden om het morgen opnieuw te proberen.”
Edoch, de reizigers van de NMBS, die op jaarbasis tot bijna 2000 euro veil hebben voor een abonnement (en in veel gevallen thuis nog een wagen hebben staan die hen zelfs met files in een nog kortere tijdsspanne op de werkplek kan brengen), ondergaan dit alles als makke lammetjes terwijl de toestand steeds erger wordt, en terwijl de verschillende CEO’s van de NMBS en aanverwante entiteiten de financiële koek onder elkaar verdelen onder de vorm van bonussen, in plaats van - ik zeg maar iets - ze vrijwillig te investeren in de verbetering van de diensten. Er wordt wel gemord – nee, moord en brand geschreeuwd – over de toestanden bij privé-banken, maar over het gezamenlijk gesponsord gerij/gerei wordt er met geen woord gerept. Geen witte marsen; geen volksstakingen; geen halve alinea in eender welke federale nota van di Rupo & co; zelfs geen enkel bezwaar van het NV-A-orakel uit Deurne (vermoedelijk stopt de trein niet bij het Draakske) dat anders wel op alle andere federale fratsen foetert.
En morgen wachten we weer op de trein, overmorgen betalen we weer een belachelijke som geld om als beesten vervoerd te mogen worden; en we drinken een glas, en... alles blijft zoals het was. Rare jongens, die Belgen!
Tuesday, 27 September 2011
C'est en septembre
Tussen deze en de vorige blogpost prijkt een gapende wonde van bijna een maand. Aanvankelijk bekeek ik de 31 augustus van de vorige post met argusogen en een stijgend gevoel van ongemak, omdat het onderhouden van een blog toch een soort van verplichting in het leven roept (al was het maar voor de drie lezers die er in een bui van verveling maar even een lodderoog op gooien bij gebrek aan betere dingen omhanden), maar gaandeweg maakte de schaamteloosheid zich van mij meester, omdat de orde van de dag – of liever: van de afgelopen weken – al mijn aandacht opslorpte, tot in de late uurtjes, en ik er absoluut niet meer toe kwam om hier enige ongein te posten. Of als ik er dan tijdsgewijs toe kwam, ik simpelweg geen fut meer had om ook thuis nog eens achter het scherm te kruipen.
Inderdaad, er diende een 2-daagse conferentie te worden georganiseerd in opdracht van een zusterdenktank uit de VS, die dan weer handelde in opdracht van twee grote hedge funds en investeerders, om een simulatie van de economische crisis in het leven te roepen en aldus de diverse gevolgen voor de wereld te kunnen bestuderen. Vrij belangrijk dus, en omdat men het niet wou overlaten aan de minder ervaren collega’s op kantoor, en nog veel minder aan het toeval, werd bibi opgevist als Chinese vrijwilliger om het hele geval integraal, eigenhandig en in haar dooie eentje te organiseren. Omdat niemand echt goed wist wat ze van plan waren, het deelnemersveld in enkele dagen tijd van 40 naar 70 toenam, en ze in die ongeplande chaos dan nog tot de laatste dag voor het begin van de conferentie wijzigingen aan het programma aanbrachten, zat het venijn niet alleen in de staart, en droeg de duivel in dit geval niet alleen Prada, maar ook Hugo Boss of Pal Zileri.
Het opperhoofd van Tudor had geen zin om te blijven overnachten tussen het plebs, maar wou liever elke morgen Chantilly (waar het uiteindelijk plaatshad) per helicopter aandoen vanuit zijn luxehotel in hartje Parijs, en stuurde bovendien een legertje personeel voor zich uit om de laptops in zijn diverse hotels voor hem open te klappen zodat hij de beurskoersen kon volgen, deuren voor hem open te houden, zijn stoel voor te verwarmen, op de grond te gaan liggen zodat hij zijn schoenen kon afvegen, en weet ik wat nog allemaal. (Zijn tanden leken me tamelijk echt; ik vermoed dat hij die wel zelf poetste.) Een andere wereldberoemde 81-jarige financier bracht naast zijn nieuwe “companion” (waarvoor hij zijn vorige 28-jarige vriendinnetje dumpte) ook nog een hele rits volk mee, zoals o.a. een – ook al vrouwelijke – “personal security officer”, die ook een aansluitende kamer moest hebben, terwijl hij zijn companionnetje ook al bij zich op de kamer had. Daarnaast was er nog een vrouwmens dat zichzelf zo onmisbaar achtte en het conferentiecentrum op stelten zette omdat ze absoluut naar de conferentie wou komen met haar baby, die tegen de tijd van de conferentie nog geen 3 weken oud zou zijn en borstvoeding moest krijgen (terwijl het een conferentiecentrum betrof met activiteiten van maandag tot vrijdag, en geen hotel, en ze dus in de verste verte nog nooit een baby op bezoek hadden gekregen, laat staan één die net de baarmoeder verlaten had). Gelukkig werd ze wel slaafs gevolgd door haar man om de baby te surveilleren, want daar trok het personeel van het conferentiecentrum toch wel de lijn. Ik hoef er geen tekening bij te maken dat ik niet echt warm liep voor dit Bonfire of the vanities...
Gelukkig – het dient gezegd – was het personeel van Les Fontaines uitermate professioneel, en had ik alleen al voor onze conferentie – uiteraard ook nadat ze hadden gemerkt wie er allemaal op de deelnemerslijst stond – wel 3 mensen die met mij meedachten over wat er mogelijk allemaal zou kunnen ontbreken en dat binnen luttele minuten werd voorzien of opgelost. (Gelukkig ook – en dat dient ook gezegd – moeten wij de uiteindelijke rekening van deze grap niet zelf betalen.) Maar aan mensen die ooit een vergadering of conferentie in Chantilly moeten organiseren (en die over de nodige financiers beschikken), kan ik de plaats van harte aanbevelen. Komt daar nog bij dat het kasteel een vroeger hoofdkwartier van Generaal Foch (14-18) en van de Duitse Luftwaffe (40-45) was, en dat de Nazi’s een gigantische joekel van een bunker met 3 verdiepingen op het domein hebben achtergelaten die het toch wel een beetje speciaal maken (en voor sommige oorlogsfanatici zowaar een bijzonder trekpleister, dermate dat ze er proberen binnen te geraken om de bunker te gaan bezichtigen).
Maar goed, het geheel is dus zeer goed verlopen; de deelnemers en de geldschieters waren tevreden, en een lichte vorm van momentane ingehouden bewieroking mocht kortstondig mijn deel zijn (in zoverre de betrokken ego’s dit toelieten, weliswaar), al was het dan niet in overeenstemming tot het bloed, het zweet, de tranen en de overuren die mij dit hadden gekost. Voor de geblokkeerde schouder ben ik nog naar de kinesist aan het gaan...
En dan was het tijd voor de (tegen dan welverdiende) uit- en vooropgestelde rustweek in de Midi: een weekje dolce far niente in Fréjus, waar we een vakantiehuisje hadden gehuurd op de Camping La Baume-La Palmeraie, onder de parasoldennen. Uitslapen tot ver in de voormiddag, of tot we uitgeslapen zouden zijn; ongewassen en ongekamd, maar vooral ongestoord onze croissants verkruimelen boven de verse koffie, om vervolgens richting douche te sletsen en ongehoord lang water te verbruiken. Dat was het plan en daar zouden we ons ook de volle week aan houden.
Omdat onze stek-voor-een-week pas op zondag vrij zou zijn, hadden we alle tijd om vanaf vrijdag de zowat 1200 km erdoor te malen. De eerste stop ongeveer halfweg was dan ook Beaune, dat behalve het Hotel Dieu ook nog een waanzinnige hoeveelheid wijn in de aanbieding heeft, waar wij jammer genoeg geen tijd voor hadden (of althans toch niet voor de hele hoeveelheid). Wij stelden ons tevreden met een eenvoudige boeuf bourguignon met bijhorende verfrissing in een centrale brasserie met terras, om te kunnen profiteren van de eerste warme zomeravond buiten sinds ettelijke weken (ook al liep de zomer dan al op haar laatste benen); voor mij was het hier al in orde geweest om te beginnen met de dolce far niente. Edoch, Fréjus wachtte op ons, en dus sloegen we maar een hoekje om in het boek om op dit punt in het verhaal zeker nog eens terug te komen. Tenslotte is het niet zo ver rijden...
Na een overnachting in de Novotel, en met nog wat tijd om te rekken tot zondagmiddag, gingen we na Lyon voor de old school transfer, en we ruilden de A7 voor de Route Nationale 7; iets trager dan de autosnelweg, maar met nog maar een paar uur rijden was het ook niet echt nodig om ons te haasten, en er was onderweg veel meer te bekijken (zoals bijvoorbeeld een zon, die we sinds juni nauwelijks nog gezien hadden). Er zat zelfs ruimschoots de tijd in om een terras te doen in Montélimar, waar we de (andere) hippe youngsters vervoegden aan de zonovergoten tafeltjes van Le Cuba Café, waarvan de patron iedereen begroette alsof je er al jaren kwam. We tuften gezapig verder – met een speciale vermelding voor mijn oude Saab, die zich met zijn 11 jaar en 250.000 km op de teller zonder de minste kik kweet van zijn taak – en de zaterdagavond bracht ons in Salon de Provence voor onze laatste overnachting voor ons eindpunt, waar we de Provençaalse keuken nog even uitstelden voor een etentje in Le Kohinoor, waarvan de patron onverwacht stress kreeg van de plotse toeloop op zijn terras en bestellingen verkeerd of helemaal niet begon af te leveren op de verschillende tafels; het eten was echter de moeite waard.
Een bijna-avontuur met een gesloten parkeergarage die tot maandag dicht zou zijn, maar na ingeroepen hulp van plaatselijke passanten toch nog open bleek voor uitgaand verkeer, joeg ons even de stuipen op het lijf, en we sliepen van alle commotie als een roos in de plaatselijke Campanile. Op zondagochtend kozen we terug voor de snelweg, omdat we het (fysieke en mentale) einddoel nu toch zeer dicht naderden. Na een laatste koffiepauze in Aix-en-Provence tussen de m’as-tu-vu-crowd op de Cours Mirabeau met overzicht op een plaatselijke oldtimerbeurs, landden we dan uiteindelijk in Fréjus, waar we letterlijk haast niets hebben gedaan: een marktje en wat shopping; een bezoek aan Grasse en de fabriek van Fragonard (uiteraard in combinatie met de shopping); een kortstondig bezoek aan Cannes (waar de gefaceliftte en iets duurdere m’as-tu-vu-bende en de kopie van de Avenue Louise ons veel minder konden bekoren) dat werd goedgemaakt met de heen- en terugrit door de Estérel; twee dagen strand; twee dagen zwembad, waarbij de Palmeraie-zijde onder de palmen onze voorkeur genoot, aangezien het (niet-verwarmde) zwembad er haast verlaten bijlag en het dus bijna voor privé-gebruik diende... Hoewel het zalig nietsdoen niet echt in mijn aard ligt, was het deze keer meer dan welkom. Ik denk dat mijn “companion” het ook wel leuk vond.
Inderdaad, er diende een 2-daagse conferentie te worden georganiseerd in opdracht van een zusterdenktank uit de VS, die dan weer handelde in opdracht van twee grote hedge funds en investeerders, om een simulatie van de economische crisis in het leven te roepen en aldus de diverse gevolgen voor de wereld te kunnen bestuderen. Vrij belangrijk dus, en omdat men het niet wou overlaten aan de minder ervaren collega’s op kantoor, en nog veel minder aan het toeval, werd bibi opgevist als Chinese vrijwilliger om het hele geval integraal, eigenhandig en in haar dooie eentje te organiseren. Omdat niemand echt goed wist wat ze van plan waren, het deelnemersveld in enkele dagen tijd van 40 naar 70 toenam, en ze in die ongeplande chaos dan nog tot de laatste dag voor het begin van de conferentie wijzigingen aan het programma aanbrachten, zat het venijn niet alleen in de staart, en droeg de duivel in dit geval niet alleen Prada, maar ook Hugo Boss of Pal Zileri.
Het opperhoofd van Tudor had geen zin om te blijven overnachten tussen het plebs, maar wou liever elke morgen Chantilly (waar het uiteindelijk plaatshad) per helicopter aandoen vanuit zijn luxehotel in hartje Parijs, en stuurde bovendien een legertje personeel voor zich uit om de laptops in zijn diverse hotels voor hem open te klappen zodat hij de beurskoersen kon volgen, deuren voor hem open te houden, zijn stoel voor te verwarmen, op de grond te gaan liggen zodat hij zijn schoenen kon afvegen, en weet ik wat nog allemaal. (Zijn tanden leken me tamelijk echt; ik vermoed dat hij die wel zelf poetste.) Een andere wereldberoemde 81-jarige financier bracht naast zijn nieuwe “companion” (waarvoor hij zijn vorige 28-jarige vriendinnetje dumpte) ook nog een hele rits volk mee, zoals o.a. een – ook al vrouwelijke – “personal security officer”, die ook een aansluitende kamer moest hebben, terwijl hij zijn companionnetje ook al bij zich op de kamer had. Daarnaast was er nog een vrouwmens dat zichzelf zo onmisbaar achtte en het conferentiecentrum op stelten zette omdat ze absoluut naar de conferentie wou komen met haar baby, die tegen de tijd van de conferentie nog geen 3 weken oud zou zijn en borstvoeding moest krijgen (terwijl het een conferentiecentrum betrof met activiteiten van maandag tot vrijdag, en geen hotel, en ze dus in de verste verte nog nooit een baby op bezoek hadden gekregen, laat staan één die net de baarmoeder verlaten had). Gelukkig werd ze wel slaafs gevolgd door haar man om de baby te surveilleren, want daar trok het personeel van het conferentiecentrum toch wel de lijn. Ik hoef er geen tekening bij te maken dat ik niet echt warm liep voor dit Bonfire of the vanities...
Gelukkig – het dient gezegd – was het personeel van Les Fontaines uitermate professioneel, en had ik alleen al voor onze conferentie – uiteraard ook nadat ze hadden gemerkt wie er allemaal op de deelnemerslijst stond – wel 3 mensen die met mij meedachten over wat er mogelijk allemaal zou kunnen ontbreken en dat binnen luttele minuten werd voorzien of opgelost. (Gelukkig ook – en dat dient ook gezegd – moeten wij de uiteindelijke rekening van deze grap niet zelf betalen.) Maar aan mensen die ooit een vergadering of conferentie in Chantilly moeten organiseren (en die over de nodige financiers beschikken), kan ik de plaats van harte aanbevelen. Komt daar nog bij dat het kasteel een vroeger hoofdkwartier van Generaal Foch (14-18) en van de Duitse Luftwaffe (40-45) was, en dat de Nazi’s een gigantische joekel van een bunker met 3 verdiepingen op het domein hebben achtergelaten die het toch wel een beetje speciaal maken (en voor sommige oorlogsfanatici zowaar een bijzonder trekpleister, dermate dat ze er proberen binnen te geraken om de bunker te gaan bezichtigen).
Maar goed, het geheel is dus zeer goed verlopen; de deelnemers en de geldschieters waren tevreden, en een lichte vorm van momentane ingehouden bewieroking mocht kortstondig mijn deel zijn (in zoverre de betrokken ego’s dit toelieten, weliswaar), al was het dan niet in overeenstemming tot het bloed, het zweet, de tranen en de overuren die mij dit hadden gekost. Voor de geblokkeerde schouder ben ik nog naar de kinesist aan het gaan...
En dan was het tijd voor de (tegen dan welverdiende) uit- en vooropgestelde rustweek in de Midi: een weekje dolce far niente in Fréjus, waar we een vakantiehuisje hadden gehuurd op de Camping La Baume-La Palmeraie, onder de parasoldennen. Uitslapen tot ver in de voormiddag, of tot we uitgeslapen zouden zijn; ongewassen en ongekamd, maar vooral ongestoord onze croissants verkruimelen boven de verse koffie, om vervolgens richting douche te sletsen en ongehoord lang water te verbruiken. Dat was het plan en daar zouden we ons ook de volle week aan houden.
Omdat onze stek-voor-een-week pas op zondag vrij zou zijn, hadden we alle tijd om vanaf vrijdag de zowat 1200 km erdoor te malen. De eerste stop ongeveer halfweg was dan ook Beaune, dat behalve het Hotel Dieu ook nog een waanzinnige hoeveelheid wijn in de aanbieding heeft, waar wij jammer genoeg geen tijd voor hadden (of althans toch niet voor de hele hoeveelheid). Wij stelden ons tevreden met een eenvoudige boeuf bourguignon met bijhorende verfrissing in een centrale brasserie met terras, om te kunnen profiteren van de eerste warme zomeravond buiten sinds ettelijke weken (ook al liep de zomer dan al op haar laatste benen); voor mij was het hier al in orde geweest om te beginnen met de dolce far niente. Edoch, Fréjus wachtte op ons, en dus sloegen we maar een hoekje om in het boek om op dit punt in het verhaal zeker nog eens terug te komen. Tenslotte is het niet zo ver rijden...
Na een overnachting in de Novotel, en met nog wat tijd om te rekken tot zondagmiddag, gingen we na Lyon voor de old school transfer, en we ruilden de A7 voor de Route Nationale 7; iets trager dan de autosnelweg, maar met nog maar een paar uur rijden was het ook niet echt nodig om ons te haasten, en er was onderweg veel meer te bekijken (zoals bijvoorbeeld een zon, die we sinds juni nauwelijks nog gezien hadden). Er zat zelfs ruimschoots de tijd in om een terras te doen in Montélimar, waar we de (andere) hippe youngsters vervoegden aan de zonovergoten tafeltjes van Le Cuba Café, waarvan de patron iedereen begroette alsof je er al jaren kwam. We tuften gezapig verder – met een speciale vermelding voor mijn oude Saab, die zich met zijn 11 jaar en 250.000 km op de teller zonder de minste kik kweet van zijn taak – en de zaterdagavond bracht ons in Salon de Provence voor onze laatste overnachting voor ons eindpunt, waar we de Provençaalse keuken nog even uitstelden voor een etentje in Le Kohinoor, waarvan de patron onverwacht stress kreeg van de plotse toeloop op zijn terras en bestellingen verkeerd of helemaal niet begon af te leveren op de verschillende tafels; het eten was echter de moeite waard.
Een bijna-avontuur met een gesloten parkeergarage die tot maandag dicht zou zijn, maar na ingeroepen hulp van plaatselijke passanten toch nog open bleek voor uitgaand verkeer, joeg ons even de stuipen op het lijf, en we sliepen van alle commotie als een roos in de plaatselijke Campanile. Op zondagochtend kozen we terug voor de snelweg, omdat we het (fysieke en mentale) einddoel nu toch zeer dicht naderden. Na een laatste koffiepauze in Aix-en-Provence tussen de m’as-tu-vu-crowd op de Cours Mirabeau met overzicht op een plaatselijke oldtimerbeurs, landden we dan uiteindelijk in Fréjus, waar we letterlijk haast niets hebben gedaan: een marktje en wat shopping; een bezoek aan Grasse en de fabriek van Fragonard (uiteraard in combinatie met de shopping); een kortstondig bezoek aan Cannes (waar de gefaceliftte en iets duurdere m’as-tu-vu-bende en de kopie van de Avenue Louise ons veel minder konden bekoren) dat werd goedgemaakt met de heen- en terugrit door de Estérel; twee dagen strand; twee dagen zwembad, waarbij de Palmeraie-zijde onder de palmen onze voorkeur genoot, aangezien het (niet-verwarmde) zwembad er haast verlaten bijlag en het dus bijna voor privé-gebruik diende... Hoewel het zalig nietsdoen niet echt in mijn aard ligt, was het deze keer meer dan welkom. Ik denk dat mijn “companion” het ook wel leuk vond.
Subscribe to:
Posts (Atom)


