Thursday, 9 December 2010

Like a hobo

Sinterklaas is dit jaar nog onopgemerkter voorbijgegaan dan andere jaren, omdat de kerst tegenwoordig al in de winkels binnensluipt nadat Allerheiligen goed en wel voorbij is. Was het niet voor de geimporteerde Halloween, dan gingen we op 1 september al terug naar school voorzien van kerstversiering. De Goedheilig man is kennelijk geen gewenste consument, want hij bedient alleen een niche van de maatschappij, terwijl kerstconsumptie in alle leeftijdscategorieen plaatsvindt.

De aanloop naar Kerstmis is het uitgekiende moment om in te spelen op de emotie van de mensen, die dan merkelijk wat losser komt te zitten. Onlangs werd in de media zelfs beweerd dat het drinken en vasthouden van warme dranken ook binnenin voor een ‘warm’ gevoel zorgt, met een invloed op het gedrag van mensen. Niet alleen goede doelen spelen daar gretig op in – het aantal enveloppes van Artsen Zonder Grenzen, Handicap International en dies meer neemt toe naarmate de afstand tot de kerstperiode afneemt – maar ook in de stations wordt er een pak meer goodwill verwacht om te doneren aan de rondschuifelende daklozen, al dan niet voorzien van verblijfspapieren.

Nu de winter zijn definitieve intrede heeft gedaan is het door de vestimentaire aanpassingen van sommige mensen wel wat moeilijker om het kaf van het koren te scheiden. Voor je het weet heb je een aalmoes gestopt in de hand van de nietsvermoedende man aan de ingang van het Centraal Station, die nog even een sigaretje staat te roken voor hij weer naar huis pendelt. Of van het gebogen dametje dat met haar tassen en haar sjofele jas op een perron van het metrostation tegen een muurtje staat, te wachten op een trein die haar met de net gescoorde inkopen voor de kerstfeesten twee haltes verder brengt, omdat ze al zoveel geld opdeed dat een taxi er echt niet meer afkon. Je blijft ook wel wat beteuterd achter, als je net met een ronkend zelfgenoegzaam gevoel een euro in de hand van een mankende bedelaar hebt gestopt, die het daarop als een gazelle op een lopen zet, of een smartphone bovenhaalt die zowat de helft van jouw nettoloon vertegenwoordigt. Kortom, het is niet makkelijk om je goedheid gezond te doseren met de kerstdagen in zicht.

Dan maar zoals de dame die vanmorgen de centrale gang van het gelijknamige station passeerde: ze zwalpte van de ene dakloze naar de andere, en overal hield ze halt; bij de ene om een pakje speculoos in zijn hand te stoppen, de andere een pakje Nic Nacs, of nog andere koekjes; de dakloze met de konijntjes kreeg zelfs een handvol wortelen voor zijn gezelschap. De begenadigde ontvangers keken haar stomverbaasd na, één gooide de speculoos achteloos in de zak met zijn bezittingen. Maar de gulle gever was voor de rest van de dag van haar kerstschuldgevoel verlost, zonder zich bekocht te voelen.

Sunday, 5 December 2010

Wrong man for the job

Voor wie zijn professionele marktwaarde wil weten, is het aangewezen om af en toe te gaan solliciteren, ook al ben je niet noodzakelijk effectief geïnteresseerd in de job. Uiteraard kan je daarbij ook al gauw uitmaken of het elders daadwerkelijk beter is, en of de job in kwestie wel iets voor jou zou kunnen zijn, want elk gesprek kan heel anders uitvallen dan wat je je ervan had voorgesteld. In veel gevallen worden de selecties bij bedrijven tegenwoordig door externe bureaus gevoerd, waarbinnen er op een zogenaamde toenemende specialisatie prat wordt gegaan, en in bepaalde gevallen – bij bedrijven die de centen er niet willen aan uitgeven, of die pretenderen dat alles wat ze zelf doen beter wordt gedaan – is het de personeelsdirecteur zelf die de selecties uitvoert.

Ondanks die zelfverklaarde specialisten en professionals is het niveau van de sollicitatiegesprekken, in vergelijking met vroegere sollicitatie-ervaringen, bedroevend laag en wekken zij vaak tenenkrullende ergernissen op. In de media verschenen al eerder berichten over de negatieve ervaringen van sollicitanten, zowel bij ons als bij onze noorderburen – dat bv. negatieve ervaringen van sollicitanten niet alleen een slecht beeld van het bedrijf vormen bij de persoon in kwestie, maar ook een negatief effect hebben op zijn gedrag als consument; in Nederland heeft men zelfs een heus forum over sollicitatieleed.

Uit persoonlijke ervaringen blijkt in eerste instantie het gebrek aan “goede manieren”, dat kennelijk ook uit de verschillende lagen van het bedrijfsleven aan het verdwijnen is. Op een sollicitatiebrief, die ondanks de vorm van een e-mail nog altijd een formele aangelegenheid is, wordt geregeld tutoyerend gereageerd, alsof de interviewer of personeelsverantwoordelijke in kwestie al jaren een goeie vriend is van jou, wat je als sollicitant, ingevolge alle goeie raad die websites als Vacature, Jobat, Monster e.d. je dienaangaande geven, toch wel een beetje in de war brengt, vermits een reciproke aanpak hier ‘volgens de boekskes’ niet aan de orde is.

Vervolgens word je geregeld, ongeacht je leeftijd, ervaring of de functie waarvoor je solliciteert, min of meer te kakken gezet als ze jou, zonder enige verwittiging, ellenlange wachttijden laten uitzitten alvorens het gesprek waarvoor je mocht komen ten uitvoer wordt gebracht. Zelfs als je een afspraak had om 9 uur ’s morgens en alle files en ochtendellende moet trotseren om ter plaatse te geraken voor een ‘kennismakend gesprek’ van een half uurtje, word je bij de receptie geplant, alwaar je zonder blikken of blozen de tijd mag zien voorbijtikken tot er een kwartier, een half uur of in sommige gevallen zelfs een vol uur is gepasseerd, waarna je zonder enige verklaring of excuus wordt opgehaald en sneller wordt buitengewerkt dan de tijd die je hebt doorgebracht met wachten. In enkele gevallen krijg je dan een vage reactie als “ik had het druk”, “mijn baas moest nog iets weten”, enz. alsof het voeren van sollicitatiegesprekken, ondanks hun specialisatie, maar een naar bijverschijnsel is waar ze nu eenmaal niet omheen kunnen, en jij voor die dag het steentje in hun schoen bent.

Als je al dan niet een gesprek hebt gehad, is het wachten op een eerste of verdere reactie op jouw sollicitatie. Vaker wel dan niet krijg je na je brief wekenlang niets meer te horen, of zelfs helemaal nooit meer. Je mag nog eens bellen of e-mailen om te vragen of ze je brief hebben ontvangen, of, hoe de gesprekken evolueren en of je nog een vervolg mag verwachten¬: in veel gevallen volgt een oorverdovende stilte, alle ‘best practices’ uit handelscorrespondentie ten spijt van hoe je een beleefde afwijzende brief moet schrijven. In enkele gevallen, als je alle voorwaarden die aan de sollicitant worden opgelegd, hebt afgecheckt, en er geen twijfel mogelijk is dat jij de geknipte kandidaat voor de job bent, volgt er een tijd lang niets, waarop je na zowat anderhalve maand, of – als je eerder zelf navraag hebt gedaan – een prutserige standaardbrief krijgt die zegt dat je niet voldeed aan de voorwaarden.


Onlangs was ik weer ergens te gast voor een sollicatiegesprek. Het bedrijf, ooit een afgeleide van de Boerenbond met meer dan 300 werknemers, zocht iemand met meer dan 15 ervaring als directieassistente, omwille van het belang en de vereiste maturiteit voor de functie, wat tegenwoordig al een rariteit is in sollicitatieland. Terwijl ik van in het stoeltje aan de receptie alweer de minuten zag voorbijtikken en er al gauw een kwartier van de afgesproken tijd gepasseerd was, viel mijn oog, in de open kelderverdieping waar zich zo te zien de refter bevond, op een groot kruis dat zich aan één van de pilaren in diezelfde refter bevond. U weet wel, zo’n kruis waar onze grootmoeders vroeger het gewijd palmtakje achter staken dat ze op palmzondag van mijnheer pastoor hadden gekregen, in dit geval evenwel zonder takje. De frons van mijn wenkbrauwen deed bij de receptioniste ongeduld vermoeden, want ze vroeg of ik misschien alvast een koffie wou. Ik had evenwel geen dorst en mijn gefrons was eerder te wijten aan de verwondering dat in this day and age, waarin de verzuiling zogezegd achter ons werd gelaten, een zichzelf respecterend bedrijf nog koketteert met een instelling die geen uitstaans heeft met de bedrijfswereld en bovendien de laatste tijd niet zo bijster fantastisch in het nieuws komt. Ik voelde als pluralistisch atheïst de onrust in mijn lijf branden.

Toen ik eindelijk, ruim over tijd, aan de beurt was, kwam de dame in kwestie, de personeelsdirectrice, met een duidelijk verveeld gezicht aanzetten. (Ik had ondertussen geleerd aan de receptie dat de kantooruren slechts tot 16 uur liepen – het ogenblik waarop ik tot nu toe, overal waar ik heb gewerkt, gewoonlijk nog een drankje en/of snackje tevoorschijn haalde om de volgende twee uur door te komen – en aangezien dat tijdstip door de vertraging met rasse schreden naderde, zorgde dat wellicht mee voor het ongenoegen.) De voorwaarden van de functie werden nog eens overlopen, en de reden voor de sollicitatie werd in de verf gezet: de huidige directiesecretaresse zou na 40 jaar dienst op pensioen gaan, wat door de interviewster met een goedkeurende knik en blik werd onderstreept. Ik trok grote ogen, mijn wenkbrauwen gingen nogmaals omhoog en ik kon een flauwe “amai” uitbrengen, aan de overzijde opgevat als teken van bewondering, aangezien dat duidelijk van mij werd verwacht, terwijl alle cellen van mijn brein op dat ogenblik schreeuwden “AAAAAAAARRRRGH! 40 jaar op dezelfde stoel vastgeroest zitten! You have got to be kidding me!” Met uitzondering van bepaalde jobs (onderwijs, zelfstandigen, artsen, bedrijfsleiders...) kan ik me namelijk niet voorstellen dat je, zeker in een uitvoerende functie, 40 jaar op dezelfde stoel zou willen vastgeroest zitten, maar de interviewster vond dat klaarblijkelijk een bewonderenswaardige prestatie die bij voorkeur veel navolging verdiende in de hele bedrijfswereld. [NEWSFLASH: als iedereen zo zou redeneren, zou je werknemers krijgen die sinds hun 20ste nooit meer zijn geëvolueerd, en zou de hele HR-business überhaupt overbodig worden.] Op mijn vraag of het bedrijf, dat alleen actief was in Vlaanderen, ook zinnens was om richting Wallonië uit te breiden, kreeg ik een korte, snerpende en snedige “neen!”, waarbij ze de daarop volgende “Ben je gek!” nog net kon doorslikken, en mijn wenkbrauwen bij deze abrupte reactie nogmaals van dienst waren. Niet alleen was het bedrijf in zijn wereldsheid beperkt tot het grote Vlaanderen, bovendien huisde hier ook nog eens een groot percentage van het kiespubliek van de heer De Wever.

Maar goed, na deze en nog enkele afknappers, waarbij ik onder meer een reprimande te verwerken kreeg omdat ik bv. een bedrijf als McKinsey, waarvoor de dame duidelijk in een ongekende idolatrie stond ‘na slechts acht jaar al’ [sic] had verlaten, en nog enkele – al dan niet door boertigheid ingegeven – aanvallen op mijn persoonlijkheid en karaktertrekken die ze na slechts een half uur gesprek al onmiskenbaar had doorgrond, was bij mij ‘de goesting’ er wel af. Het bedrijf en haar werking had ik ondertussen ook op een half uur doorgrond, en in plaats van bij een respectvol bedrijf leek ik in het Hol van Pluto zijn terechtgekomen. Mijn tegenspeelster vond blijkbaar ook dat het welletjes was geweest, of alleszins dat ze toch niet te veel van haar overuren aan mij wou besteden – het was ondertussen dan ook al ruimschoots 16.15u – en besloot het gesprek te beëindigen, zonder gevolg, aangezien de functie toch niet zou beantwoorden aan wat ik zocht (en ik duidelijk niet de kandidaat was die de volgende 25 jaar zou vol maken).

Toen ik naar buiten liep – waarbij ik letterlijk de deur werd gewezen, want ze had geen zin om me ook nog eens tot bij de receptie te begeleiden – wist ik niet welk gevoel mij nu het hardste overviel: de teleurstelling om de afloop, of de opluchting. Mijn wenkbrauwen, daarentegen, voelden overduidelijk stijf aan.

Friday, 3 December 2010

Gold


Dat het deze week Restaurantweek is, zal de horeca geweten hebben. Wij schoven gisteravond de verkleumde voetjes onder tafel bij ’t Witte Goud in Leest, waar het menu van de Restaurantweek een complete verrassing zou zijn, vermits er niets was prijsgegeven op de website. De nog jonge zaak (1 jaar oud) van de chef uit de streek, die we eerder al hadden bezocht onder de naam Dorp 5 met een andere chef, zat afgeladen vol, met bekende en minder bekende mensen (aan het tafeltje naast ons zat Dominique Monami-nietmeervanvanroost met haar iets recentere eega, de big boss van Sony Music België). De uitgelaten Nederlandse maitre d’hotel liep constant naar iedereen te lachen en vrolijk te wezen, wat op zich de zaak nog extra verwarmde.

Het aangekondigde driegangenmenu (volgens de afgesproken Restaurantweekprijs van 28 euro) kon mits een toeslag nog uitgebreid worden met een extra gangetje, wat we ons, na een blik op enkele borden rondom, geen twee keer lieten zeggen. De grootte van de schotels leken niet van die aard om goede eters bij drie gangen tevreden te stellen, tenzij dat natuurlijk omwille van de speciale prijs was, maar omdat wij tot die eterscategorie behoren, wilden we liever geen risico lopen, kwestie van ook niet met een verkeerd beeld van het restaurant buiten te stappen.

De excellente aperitieve bubbels van eigen bodem die sommige champagnes wel eens wittekes zouden kunnen doen uitslaan (Chardonnay Meerdael), werden begeleid door een trio hapjes, waarna de schotels aan een zeer gezapig tempo werden opgevoerd, ideaal voor een rustig avondje uit. Van de schelvis in kruidenkorst, over het “extra-schoteltje” Sint-Jacobsvruchten en langoustine met een streepje kreeftensaus, tot de (ruime portie) fazantenborst die we als hoofdgerecht kregen, werd elk gerecht, helemaal in lijn met de naam van het restaurant, begeleid door een “witte” groente uit eigen streek, al dan niet in een mousse- of pureevorm: aardpeer, schorseneren, knolselder, witloof, prei... Soms een beetje bleekjes op het bord, maar allemaal zeer smakelijk (“streling voor het oog, goed afgekruid, perfecte cuisson" om het maar met een paar ondertussen populaire TV-termen van Jan-met-de-pet te zeggen) en met 4 gangen uiteindelijk toch wel voldoende vullend. Aangezien we geen fans zijn van witte wijn, kozen we als begeleidende drank een ons onbekende Duitse Frühburgunder Spätlese 2007 met de toffe naam “Geil” naar het gelijknamig wijndomein, een droge rode wijn die ook perfect bij de vis paste.

Terwijl de maitre d’hotel met zijn brede smile af en toe aan de tafel opdook om bij te schenken of te kijken of het goed was, kwam zijn iets timidere vrouwelijke collega langs als een trippelend muisje om ons te voorzien van piepkleine zelfgebakken pistoletbolletjes, of onze borden af te ruimen. Het dessert, dat met een nog brandende crème brulée en versgedraaid vanilleijs even de tafels in vuur en vlam zette, was volledig conform de witte huislijn en – nu toevallig – ook met de omgeving buiten, en vulde de allerlaatste gaatjes. Als afsluiter een koffie en speciale thee van het huis, die overigens nog werden bijgevuld indien gewenst door de jonge chef zelf, die een beetje verlegen aan de tafels kwam schuifelen op het einde van het diner, maar nog niet de animo van een Peter, de schwung van een Sergio of de radheid van tong van een Piet aan de dag durfde te leggen om zijn credits op te eisen. Drie ontspannen uren later klokte de rekening af op een aanvaardbare prijs, ondanks de begeleidende dranken, dus geen reden voor ons om wit weg te trekken. Deze chef zal stilaan wel wat meer kleur krijgen als hij rijper wordt, dus we gaan zeker de weg nog eens terugvinden naar ’t Witte Goud.