Monday, 6 August 2012

We're on a road to nowhere, come on inside


Het is officieel komkommertijd. Hoe is het mogelijk, zal u denken? Er gebeurt toch vanalles, in de VS, in London, in Syrië, ja zelfs op Mars...? Genoeg om over te berichten dat de lezer daadwerkelijk zal interesseren. En toch, de diepten van de desinteresse en de limieten van de lulligheid zijn alweer bereikt,want: het Monster van Loch Ness wordt nog maar eens opgevoerd in de media. En wat erger is, dan nog met een zogenaamde redelijk troebele sonarpeiling waarop dus – hoe kan het ook anders – niets te zien is, dan een vage vorm die wat mijn part evengoed een sliert Loch Ness-lamsoor of Schotse zoetwaterwieren kan voorstellen, en die ondertussen ook al dateert van april dit jaar, toen er blijkbaar meer gebeurde om dit te doen wegzakken in de krochten van de pers. 


Nochtans biedt de nieuwe Marsrobot meer dan genoeg perspectieven om nieuwe onzin uit de lekke drukpersduimen te zuigen, maar zelfs daarmee heeft de huidige generatie journalisten geen inspiratie. Het betreft hier dus jammerlijk genoeg het geval van een gigantische zeekomkommer, zij het dan wellicht de zoetwaterversie.

En de komkommertijd strekt zich uit tot bij de Belgen op de Spelen. Waar drie weken geleden met veel animo werd aangekondigd dat dit de grootste delegatie is sinds 1952, met maar liefst 7 medaillekandidaten, en daarnaast nog eens 14 ‘outsiders’ die ook medaillekandidaat waren, is men vandaag extatisch als de hoogst behaalde Belgische medaille wordt aangebracht door een arbeidsinspecteur met een geweer uit Seraing. Ik herhaal: EEN ARBEIDSINSPECTEUR MET EEN GEWEER UIT SERAING. Het moet zijn dat de pintjes in het Belgium House verniet zijn, want anders valt de uitzinnige reactie van de aanwezigen bij het aantreden van de genaamde Lionel Cox moeilijk te verklaren. 

Niet dat ik ’s mans medaille niet gun, natuurlijk, verre van – vele kleintjes maken toch... euh... een beetje – maar het wordt stilaan duidelijk hoog tijd dat er grof geld wordt ingezet op de voortgezette opleidingen kleiduifschieten, darts, biljart, sjoelbakken, en, als we dan toch aan de vooruitgang werken, hell yeah laat ons dan meteen ook investeren in het krulbollen! Can you hear me, Bloso? Er staat een schare kampioenen te wachten die zonder schroom buiten beschouwing werd gelaten voor deze spelen, waarbij meteen de kans werd verkeken om deze delegatie de grootste ooit te maken.

Ondertussen blijkt dat Pannecoucke & Co het ook al niet bruin hebben kunnen bakken op de Londense wateren. Laten we maar hopen dat de broertjes Borlée straks uit een ander vaatje tappen, of het zal maar een droge bedoening zijn, daar in dat Belgium House vanavond. The Road to London is tot dusver niet meer dan een zwaar verwaarloosd kasseibaantje.


Tuesday, 24 July 2012

Shine on you crazy diamond



Onderschat nooit de kracht van Mette de Zeiker, ofte Saint-Médard. Wie op 8 juni deze heilige weglachte, zal het ondertussen wel geweten hebben. Nog voor je goed en wel met je ogen kon knipperen was er alweer een maand voorbij, voor sommigen zelfs hun vakantie, zomaar – letterlijk – down the drain. Een paar slimmeriken dachten het euvel van een natte zomer te omzeilen door de vakantie alvast ver weg te plannen in september, en als zodanig van een mooie zomer te mogen genieten in eigen contreien, om daar vervolgens nog een vervolg aan te breien in den vreemde, als hier de wintertruien alweer van onder de mottenballen zouden worden gehaald. Edoch, Gerard Cox en Rudi Carell mochten al voortijdig komen met hun meertalige hitsingle, en iedereen leek stilaan zowat de wanhoop nabij, vooral toen uitscheen dat de weersvertroebeling zich enkel ophield tussen pakweg de 55ste en de 48ste breedtegraad, en daarbuiten iedereen – en wel iederéén, van Stockholm tot Gibraltar, en van San Francisco tot Jakoetsk, kon genieten van temperaturen die opliepen tot het viervoudige van wat ons werd toebedeeld. De thermostaat van de centrale verwarming die eerder op zomerregime was gezet, gaf af en toe een venijnige tik om te laten horen dat hij onder dezelfde omstandigheden op een ander tijdstip in het jaar normaal wel gewoon zijn ding mocht doen.

Aangezien op kantoor het zomerregime hoegenaamd nog niet was en is ingetreden, was een adempauze tussendoor toch wel aangewezen om deze verwaterde periode die voor zomer moest doorgaan toch enigszins zonder kleerscheuren of zelfs maar water in de kelder door te komen. Niet dat ons bovenste beste buurland betere klimatologische voordelen biedt, maar daar gaat de bevolking tenminste toch wel de strijd aan met dat geteisem van de meteorologische diensten die verantwoordelijk zijn voor zoveel onheil.

En toen het water dus al niet meer aan het begin, maar zelfs halverwege onze kiezeloprit stond, doken we in onze ouwe Saab om het zeegat in te rijden, richting Noordwijk aan Zee. Geloof het of niet, maar toen we goed en wel geïnstalleerd waren bij Stayokay konden we aan de overkant zowaar onder een blauwe hemel aan onze pannenkoek beginnen. Buiten. Op het terras. In de laatste zonnestralen van de dag, en voor ons eerste van de maand. Die we overigens daarna nog even gingen uitgeleide doen op het strand, maar niet zonder de belofte dat ze gauw zouden terugkomen. (Je weet maar nooit.)

De volgende dag stond er terug een stevige noordelijke bries, maar het grijs liet af en toe toch al steken vallen waartussen een mooi helder en blinkend blauw zichtbaar was. Hoewel we niet beschikten over de professionele uitrusting die heden ten dage al is vereist om in eigen land pakweg De Hoge Blekker te beklimmen, was noch het grijs, noch de wind echter een beletsel voor een tocht over het loodrechte strand richting Noordwijk, en tegen dat we zowat 7 km overbrugd hadden was het eerste al geweken; de kussens op het terras van het Blu Beach Strandpaviljoen voelden perfect geschikt aan om de eerste hardcore zon van de dag en de zomer in ontvangst te nemen. Dit gezegd zijnde, heeft de lokale PVDA overigens wel een punt, want de weersvoorspellingen voor het weekend gaven Noordwijk aan als zijnde bewolkt en niet hoger dan 17 graden, wat dus meteen ook een ferme lapsus was. Na wat rondhangen, voltanken, shoppen en vooral de zon niet uit het oog verliezen (de fleecetruien die we droegen werden gedumpt ongeveer halverwege de Hoofdstraat tussen het broodje haring en de vers gebakken kibbelingen) hadden we weer genoeg energie opgedaan om de terugtocht aan te vatten door duin en bos, de volle 7 km terug. Die werd bovendien nog eens twee keer in een half uur tijd bekroond met close encounters met plaatselijke (wilde) herten, die op verschillende plaatsen in het bos in de buurt stonden te grazen en het telkens op een lopen zetten toen ze ons goed en wel in de smiezen kregen.

De volgende retour naar Noordwijk van die dag gebeurde wel met de wagen, en de eerste mosselen van het seizoen werden in ’t Elfde Gebod vakkundig weggewerkt met uitzicht op de ondergaande zon. En we zagen dat het goed was. 

De zondag die aanbrak was helemaal buiten alle verwachtingen; de aangekondigde temperaturen werden tegen de middag helemaal de vernieling in geblazen toen wij aan weer een andere wandeling richting binnenland bezig waren en vergast werden op een plaatselijke rommelmarkt. Deze laatste deed vooral haar naam veel eer aan, en dus hielden we die al gauw voor bekeken. Na deze iets bescheidener ontbijttocht van 6 km terug richting Noordwijk, dat ondertussen een hele metamorfose had ondergaan: de parkings waren overspoeld met auto’s, de boulevard met fietsen en fietsers, en het strand met quasi-blote mensen (die dan wel weer een beetje te optimistisch waren), waardoor een echt zomergevoel ons, samen met temperaturen zo rond 27° (afgeschermd van de wind), overviel, en we terstond het laatste bankje bij J.Van Roon inpalmden, zodat we konden doen alsof we echt met vakantie waren. 

Ware het niet dat wij tegen de avond dat zomergevoel alweer mochten inpakken en in de rij gaan staan voor een zondags zeefilegevoel. Gelukkig hadden wij tenminste de zon mee in de koffer! Leuk, toch?

Tuesday, 26 June 2012

If I ever lose my faith in you


Zaterdag was één van de zeldzame zomerse zaterdagen die we dit voorjaar al hebben gekregen. En het toeval wou dat wij tickets hadden voor TW Classic, dus dat kwam goed uit, want als er dan eindelijk wat zon is dient die onmiddellijk te worden gebezigd.

Na wat coördinatieperikelen om verschillende mensen op één plek te krijgen, zaten we uiteindelijk toch haast allemaal op De Wei toen The Scabs goed en wel van jetje aan het geven waren. De meeste van de groepen die aantreden op TW Classic hebben de laatste jaren geen noemenswaardige nieuwe cd’s meer afgeleverd, of toch meestal niets hitlijsterigs. Het is voor smartass twenty of thirty-something journaille gewoonlijk dan ook bon ton om in hun verslagen van TW Classic tamelijk denigrerend te doen over dit festival; niet alleen over de oude garde die daar aantreedt, maar ook over het ietwat rijpere publiek dat erop afkomt (veelal leeftijdsgenoten van die muzikanten, hoewel de leeftijd van deze laatste nooit ter discussie staat), alsof De Wei in Werchter een privilege is dat toebehoort aan één bepaalde leeftijdscategorie. (Tom Zonderman: It’s TW CLASSIC, dufus!) Ook wordt de draak gestoken met hun “eigenaardigheden” zoals mensen die voor enig comfort op de wei bijvoorbeeld een opblaasbaar salon en een koelbox met eigen catering meebrengen om het een beetje gezellig te maken, of – zoals wijzelf – samen op een dekentje zitten en tussen de sessies door een beetje in de krant of de Knack lezen omdat je eruit eruit pikt wat je het meeste interesseert, zonder dat je daarom een godganse dag als een halvegare kwast op speed met de vingertjes in de lucht moet staan rondspringen of de facto in elke band geïnteresseerd moet zijn.

Zoals ’t Hof van Commerce bijvoorbeeld, wat mij betreft wat West-Vlaams gebral in een microfoon dat behalve de 5% bezoekers van de Westhoek geen hond begrijpt, op een paar ritmische catch phrases na die verveeld repetitief kunnen worden nagepreveld onder het lezen van een boekrecensie in de krant. Niet alleen is er meer nodig om eender welk publiek te laten ontploffen – om maar te zwijgen van het feit dat het Rock Werchter-publiek na een maand examens, 3 pintjes en een joint wellicht voor eender wat ontploft; bovendien is hiphop, en met name de troebele Vlaamse variant, toch wel een heel apart subgenre. Is het TW Classic-publiek daarom minderwaardig aan het Rock Werchter-publiek?

De brave Amy McDonald heeft een paar brave songs die misschien op TW Classic niet misstaan, maar het zijn toch eerder kinderhitjes die het rockgehalte van het concert wat naar beneden halen. Ze maakte het op de valreep evenwel nog goed met een cover van Bruce Springsteen, al was het dan eerder met de stem van een ondergeschikte van The Boss. Gelukkig waren er daarna de hyperkinetische Kaiser Chiefs die de goegemeente weer wakker schudden en bij het publiek (dat wellicht veelal niet meer naar Studio Brussel luistert) pas na 5 liedjes met hun “Ruby” uiteindelijk toch een Aha-Erlebnis teweegbrachten, net op tijd voor het aperitief en als opwarming voor het nostalgische afscheid van De Kreuners. 

Iedereen kent het repertoire van De Kreuners, waar de laatste 20 jaar ook niet veel (omzeggens geen) verandering in is gekomen, maar het was dan ook veeleer om die nostalgische redenen dat de hele wei rechtveerde om Walter Grootaers en zijn gang uitgeleide te doen onder het luidkeels meebrullen van de liedjes die iedereen al jaren kent. Onder deze uitzonderlijke omstandigheden kreeg hij carte blanche om te doen wat hij wou, en hij verzamelde dan ook het welwillend vrouwelijk schoon rond zich op het podium, waarbij één vrouwmens in een opvallend geel T-shirt en een duidelijk opgewonden staat niet van Walters zijde week, omdat ze kreeg waar ze op uit was: de aandacht van de hele wei, die alles op de grote schermen uitvergroot kon volgen. Eén ding moet je De Kreuners nageven: zelfs op een gigantische wei als Werchter blijven ze gewoon zichzelf, en krijg je nog altijd het gevoel dat je een kleinschalig fuifconcertje in één of ander chirolokaal bijwoont. Exit De Kreuners; voor wie nog even nostalgisch wil meebrullen volgen er nog twee afscheidsconcerten.

Ettelijke pakken friet, loempia’s, pita’s en andere degoutant dure en vettige rotzooi verder (wij hadden helaas geen deskundig geprepareerde picknickbox bij) en na bijna een uur wachten op een stilaan afkoelende wei, was daar eindelijk De Man voor wie ik mij graag naar het voorsteven begaf; de melkboerszoon uit Newcastle die het tot redder van de Amazone-Indianen en Commander of the British Empire schopte: Sting! Voor veel mensen op bepaalde momenten begrijpelijkerwijze afgedaan als wereldverbeteraar en zagevent – akkoord, zelfs voor mij als eeuwige fan was het af en toe op het randje – maar muzikaal is en blijft hij een pareltje, nog afgezien van het feit dat hij zich met zijn strakke 61 jaar nog steeds zonder scrupules in een spannend leren broekje mag hijsen. Op De Wei kreeg hij dan ook veeleer het aandachtig oor van diezelfde die-hard fans, terwijl de rest af en toe alleen maar opkeek voor één van de bekend klinkende Police-hits, hoewel voornamelijk zijn trage nummers de muzikale hoogtepunten waren. Hoedanook:  dieje kan mij nog altijd krijgen!



Tot slot, toen de duisternis inviel, de oudere koelboxen hier en daar al werden opgekraamd en De Wei stilaan afvoerproblemen begon te krijgen met het anticiperend gekwijl der vrouwengilde, barstte Lenny Kravitz los, wat ongeziene taferelen loswrikte. Uiteraard – uiteraard! – ging het bij de meeste vrouwen volledig en alleen om zijn onsterfelijke hits en zijn wervelende show, en was zijn sexy booty hoegenaamd niet – hoegenaamd niet! – de hoofdzaak. Het was, laat ons zeggen, een behoorlijke show waarbij naar mijn gevoel alles toch wel meer draaide om his sexyness dan om zijn soms nogal lang uitgesponnen muziek, ook al gaf hij het publiek dan zeker waar voor hun geld. Edoch, Lenny verwoordde voor alle wannabe-hipsters die TW Classic graag veroordelen waar het hier allemaal om draaide: dat ze dankzij dit publiek decennia later nog steeds hun boterham kunnen verdienen met hun muziek, die niet is gemaakt om nooit meer te spelen en met één iPhone-veeg voorgoed van het scherm te halen. Wat wellicht niet eens kan gezegd worden van de muzikale eendagsvliegen van de Twittergeneratie.