Monday, 16 January 2012
Take a good look
Blauwe maandag dus vandaag; hadden de media er niet zo’n heisa rond gemaakt, zou er wellicht geen hond op ingaan. Maar sinds de komst van “de crisisjaren” bepalen de media blijkbaar hoe we ons moeten voelen en meteen ook hoe slecht dat dus moet zijn. Van enig grondig onderzoek of inzicht met betrekking tot de aangesneden topics schijnt hoegenaamd geen sprake. De Standaard – in het verleden ooit een zgn. “kwaliteitskrant” – komt met een artikel van een zekere “specialist” omtrent depressies, Cliff Arnall, die de blauwe maandag “berekend” heeft. Er wordt weliswaar getwijfeld aan de validiteit van de theorie, maar toch net niet genoeg om er geen artikel aan te besteden. Doe me een plezier, en tik “Cliff Arnall” even in op Google; je krijgt onmiddellijk de website van de “specialist”; en zeg nu zelf, een beetje blog van deze of gene gepensioneerde op Seniorennet.be ziet er stukken professioneler uit dan de website van de geciteerde gespecialiseerde depressiepsycholoog. De journalist of redacteur in kwestie had zich dit soort ongein kunnen besparen als hij de oefening eerst zelf ook eens had gemaakt.
Alsof dat nog niet genoeg is, verscheen er voor het weekend ook al een artikel over astrologie in één van de bijlagen van de krant, met de tendensieuze voorstelling dat het allemaal waar zou zijn. Seriously.
Bij onze noorderburen is het al niet veel beter. De hele voorbije week stond de heisa in het teken van het bezoek van hun vorstin Beatrix aan Saoudie-Arabië, en met name de kledingstijl die ze daarbij aannam. Het zou een inbreuk geweest zijn op de vrijheid en de tolerantie die Nederland hoog in het vaandel draagt; ze zou “anti-Nederlandse” kleuren gedragen hebben; het zou “pure provocatie” geweest zijn. Terwijl vergelijkende foto’s toch heel duidelijk aangeven waarom het haar te doen was?
Koningin Beatrix wou met haar outfit eenvoudigweg alluderen op de grootheid van de Nederlanden tijdens de Middeleeuwen, door te herinneren aan Filips de Goede, één van de belangrijkste vorsten en als het ware de grondlegger van de Nederlanden, om er fijntjes op te wijzen dat er toen van Saoudie-Arabië in de verste verte nog geen sprake was. DAT, beste journalisten, is wat men noemt “research”!
Thursday, 12 January 2012
Alors regarde
Vanmorgen op het perron stond naast mij een jong meisje met een lange witte stok, vergezeld van een wat oudere reisgezel (haar vader, een collega?). Ze had een bril met donkere glazen, die voor een derde van haar neusbrug was gezakt. Net toen ik me stond af te vragen of ze eigenlijk wel iets kon zien, draaide ze haar hoofd in de richting van twee Franstalige dames aan mijn rechterzijde, die luidop gesticulerend een wegbeschrijving ergens in het Brusselse aan het weergeven waren, inclusief de recent aangebrachte wegomleidingen. Een steelse, ietwat gegeneerde blik op de ogen achter de donkere bril maakte me duidelijk dat de ongecontroleerd rollende ogen vast niets concreets konden vatten, tenzij wellicht een paar lichte of donkere schaduwen, die de door haar opgevangen geluidsgolven voortbrachten. En toch leek het meisje geïnteresseerd de voor andere omstaanders banale conversatie te volgen.
Vermits de stemmen van de dames in crescendo gingen om de mate van irritatie om de wegomleidingen nog meer kracht bij te zetten, begon het gesprek mij nu ook iets meer op te vallen, hoewel het in niets verschilde van het doordeweekse ochtendlijke geroezemoes op een metroperron in het ontwakende Brussel, en was mijn blik veeleer geleid door de aandacht van het meisje (of vice versa).
Ik ging ervan uit dat het gehoor van het meisje geoefend en aangescherpt was na jaren oefening van in het donker tasten, om toch iets op te vatten van de wereld rond haar, en vroeg me af of ze er ook op getraind was om net dat soort conversaties eruit te lichten. Had ze misschien behoefte aan die stadsberichten om de horizon van haar duistere wereld te verruimen? Sloeg ze dat soort informatie op in een mentale map om later met een zekere air van zelfzekerheid een plaatselijke voorbijganger verder te helpen die in het ongewisse verkeerde, als ze zich toevallig in de buurt van de wegbeschrijving bevond, alsof ze de omleidingen zelf had zien aanbrengen, en door dezelfde zichtbare irritatie was gevoed? Waren dit soort beschrijvingen misschien haar innerlijke Google Street View?
Toen de deur van het metrostel halt hield voor de kwebbelende dames, blokkeerde één van hen de toegang voor de andere reizigers, om plaats te maken voor het meisje met de witte stok, met een deernis- en meelijwekkende blik op haar. “Viens!” riep deze laatste kordaat, terwijl ze de stok voor zich uit de lucht instak, gaf een snoeiharde snok aan de arm van haar reisgezel op leeftijd, die geen grond meer raakte voor hij midden in het treinstel landde. “Là!” wees ze vervolgens, de brave man nog steeds achter zich aanslepend, en ze kaapte de enige twee zitplaatsen in het treinstel weg voor de neus van twee beduusd kijkende oude mannetjes. Tja, je bent maar een slachtoffer als je anderen toelaat je in die rol te duwen natuurlijk. Ga daar maar eens aan staan!
Monday, 9 January 2012
What a difference a day makes
2011 is voorbij: goodbye and good riddens! Behalve de heer en mevrouw Weir uit Falkirk, Schotland en mevrouw Kim Clijsters uit Bree, Limburg, beiden met veel prijzengeld toebedeeld dat hoegenaamd niet in verhouding stond tot hun persoonlijke inspanningen, kan ik niet onmiddellijk veel mensen bedenken die 2011 een heuglijk jaar vonden. Ten persoonlijken titel is definitief en onomkeerbaar gebleken dat de hoeveelheid personen onder ons dak zal beperkt blijven tot twee, en mocht ik gaandeweg bovendien aan den lijve ondervinden dat ook op de arbeidsmarkt de leeftijd van 40 jaar onherroepelijk als “oud” wordt beschouwd, net nu de nieuwe regering nochtans maatregelen aankondigde om onze professionele carrière vlot te laten overvloeien in die beginnende seniliteit. Maar wie zal het onderscheid merken, als de ene helft van het kantoor toch niet meer kan horen of zien dat de andere helft Alzheimer heeft?
Of 2012 beter zal worden – waarvoor ik u overigens allen het beste toewens; de klap-, smak- of plakzoenen mag u er zelf bijdenken – is nog maar de vraag. We hebben minstens de tijd tot 21 december om dat uit te vogelen, en worden in ieder geval al weken om de oren geslagen met een aandrang tot optimisme, terwijl er terzelfdertijd met meer dan één hand in onze beurs wordt getast. Zelf mocht ik, noch om vijf voor 12, noch om vijf over 12, enig verschil merken; waar de hoeveelheid werk zich voor de kerst al opstapelde alsof de Maya-deadline zich nu alvast aandiende en mijn baas zich alvast nog onsterfelijk wou maken in ’s werelds persoonlijke kalenders, werden op de eerste dagen van januari in werkkring pro forma wat binnensmondse wensen gemompeld – en niet noodzakelijk de beste – om vervolgens meteen tot de orde van de dag over te gaan. Niks geen smikkelend gesmak, gezellige handdrukken, knellende knuffels of uit de hand lopende bureauborrels met dubieuze dansen in de buurt van de Wetstraat: mijn Europese medewerkers hebben duidelijk niets begrepen van of op de Belgische kantoorfeestcultuur (of feestkantoorcultuur). Meteen weer de zweep erop; de hele pre-kerstsfeer die de gemoederen verzachtte in pure David Hamilton-stijl en sommige mensen zalvende ontboezemingen en verzoenende balsemingen ontlokte, was weer even snel verdwenen als een Thaïs strandhuis in een tsunami, alsof de tijdelijke temperende taal een smet van zwakheid wierp op hun strijdblazoen.
En dus is het al lang weer business as usual, al zijn er verschillende aanwijzingen dat 2012 wel eens “anders” zou kunnen zijn...
