Monday, 10 September 2012

De do do do, de da da da

Het is een droge zomer geweest. Niet zozeer omwille van het weer, want onze tuin heeft er nog nooit zo groen bij gelegen nadat augustus is gepasseerd. Nee, de droogte situeerde zich ter hoogte van de blogosfeer en de media. De jaarlijkse komkommertijd zorgde niet alleen bij mij en verschillende andere bloggers voor een indigestie van nietige en nonsensicale nieuwsfeiten; de media keek haast met weemoed uit naar een nieuwe EHEC-bacterie om de factuele ontlasting wat vlotter te laten verlopen.

De zomer werd doorgetrokken met topics die waren ingegeven door een zekere vorm van sfeerschepperij en paniekzaaierij, al dan niet relevant of ongevraagd, betrekking op een neven-, onder- of bovenlaag van de bevolking, terwijl de overige 75 à 95% (al naargelang het onderwerp) nog eens luidop geeuwde en zijn iPod wat harder zette. Zijn er scholen genoeg in Antwerpen? Wie wordt daar burgemeester? Wat moeten we met de tussentaal? iPad op school of niet? Hoe zit het met die bijkomende roerende heffing voor wie van zijn intrest leeft? Zal de stroom wel of niet uitvallen deze winter? Griekenland erin of eruit? En wat met de euro? Dit en nog een hele reeks andere zaken (waarvan de laatste twee nu al een paar jaar aan de orde zijn zonder dat er een antwoord op komt, laat staan dat er een ideale oplossing komt) die als “buzz of the day” mochten dienen om het journaille bezig te houden dat niet aan de Costa del Sol op het strand lag, tussendoor alvast doorweven met helderziende inzichten van de occasionele Piet Pienter over de aanstaande verkiezingen.

Zelfs in eigen achtertuin viel er – behalve besognes op het werk – niet echt veel te beleven tussen de bezoekjes van de foeragerende eekhoorn door, en was het wachten tot die laatste week van augustus. Op zowat een week tijd viel mijn 12-jaar oude trouwe Saab ten prooi aan een kapotte injectiepomp, waren de herstellingskosten bij de volle 282.000 km bij lange na niet meer te verantwoorden, en werd hij – na aankoop van een nieuwe Zweed, zij het een economisch iets stabielere – al pruttelend en schokkend afgeleverd op zijn laatste rustplaats (tevens plaats van herkomst) alwaar hij wellicht nog zal kunnen dienen om andere oude soortgenoten van ontbrekende stukjes te voorzien die hun voortbestaan kunnen rekken.

Tevens in diezelfde week kregen we nachtelijk bezoek dat zich – zo rond de klok van drieën – met het nodige gebonk langs een groot raam toegang trachtte te verschaffen tot onze woonkamer, nadat hun eerdere pogingen om erdoor te boren zonder gevolg waren gebleven. Laat er nu net op dit raam ook een stevig slot staan, zodat zelfs bij onze afwezigheid dit een nutteloze daad zou zijn geweest, laat staan in het midden van een zomerse zomernacht als alle geluid even hard klinkt als dat van een voorbijrijdende trein. Overigens hadden de van enige ondernemingszin gespeende schurken zich al deze inspanningen kunnen getroosten bij wat voorafgaandelijk onderzoek, want een simpele blik door het raam had hen wellicht aangetoond dat er niet te veel te rapen viel, behalve het knullige kijkdoosje waarvan ik eerder dit jaar al melding maakte. Aangezien we gealarmeerd waren en het licht hadden aangestoken zetten de onverlaten het op een lopen, en bij het ochtendgloren bleek dat ze eerder ook al het huis van de overburen hadden aangedaan, wel met succes en de nodige buit. We kunnen alleen maar hopen dat ze bij een volgende onbezonnen actie ergens tegen een staande lamp lopen. Maar zo konden wij, traumavrij, onze volgende barbecue wat extra kruiden met nieuwtjes die de mensen echt aanspreken.

Monday, 6 August 2012

We're on a road to nowhere, come on inside


Het is officieel komkommertijd. Hoe is het mogelijk, zal u denken? Er gebeurt toch vanalles, in de VS, in London, in Syrië, ja zelfs op Mars...? Genoeg om over te berichten dat de lezer daadwerkelijk zal interesseren. En toch, de diepten van de desinteresse en de limieten van de lulligheid zijn alweer bereikt,want: het Monster van Loch Ness wordt nog maar eens opgevoerd in de media. En wat erger is, dan nog met een zogenaamde redelijk troebele sonarpeiling waarop dus – hoe kan het ook anders – niets te zien is, dan een vage vorm die wat mijn part evengoed een sliert Loch Ness-lamsoor of Schotse zoetwaterwieren kan voorstellen, en die ondertussen ook al dateert van april dit jaar, toen er blijkbaar meer gebeurde om dit te doen wegzakken in de krochten van de pers. 


Nochtans biedt de nieuwe Marsrobot meer dan genoeg perspectieven om nieuwe onzin uit de lekke drukpersduimen te zuigen, maar zelfs daarmee heeft de huidige generatie journalisten geen inspiratie. Het betreft hier dus jammerlijk genoeg het geval van een gigantische zeekomkommer, zij het dan wellicht de zoetwaterversie.

En de komkommertijd strekt zich uit tot bij de Belgen op de Spelen. Waar drie weken geleden met veel animo werd aangekondigd dat dit de grootste delegatie is sinds 1952, met maar liefst 7 medaillekandidaten, en daarnaast nog eens 14 ‘outsiders’ die ook medaillekandidaat waren, is men vandaag extatisch als de hoogst behaalde Belgische medaille wordt aangebracht door een arbeidsinspecteur met een geweer uit Seraing. Ik herhaal: EEN ARBEIDSINSPECTEUR MET EEN GEWEER UIT SERAING. Het moet zijn dat de pintjes in het Belgium House verniet zijn, want anders valt de uitzinnige reactie van de aanwezigen bij het aantreden van de genaamde Lionel Cox moeilijk te verklaren. 

Niet dat ik ’s mans medaille niet gun, natuurlijk, verre van – vele kleintjes maken toch... euh... een beetje – maar het wordt stilaan duidelijk hoog tijd dat er grof geld wordt ingezet op de voortgezette opleidingen kleiduifschieten, darts, biljart, sjoelbakken, en, als we dan toch aan de vooruitgang werken, hell yeah laat ons dan meteen ook investeren in het krulbollen! Can you hear me, Bloso? Er staat een schare kampioenen te wachten die zonder schroom buiten beschouwing werd gelaten voor deze spelen, waarbij meteen de kans werd verkeken om deze delegatie de grootste ooit te maken.

Ondertussen blijkt dat Pannecoucke & Co het ook al niet bruin hebben kunnen bakken op de Londense wateren. Laten we maar hopen dat de broertjes Borlée straks uit een ander vaatje tappen, of het zal maar een droge bedoening zijn, daar in dat Belgium House vanavond. The Road to London is tot dusver niet meer dan een zwaar verwaarloosd kasseibaantje.


Tuesday, 24 July 2012

Shine on you crazy diamond



Onderschat nooit de kracht van Mette de Zeiker, ofte Saint-Médard. Wie op 8 juni deze heilige weglachte, zal het ondertussen wel geweten hebben. Nog voor je goed en wel met je ogen kon knipperen was er alweer een maand voorbij, voor sommigen zelfs hun vakantie, zomaar – letterlijk – down the drain. Een paar slimmeriken dachten het euvel van een natte zomer te omzeilen door de vakantie alvast ver weg te plannen in september, en als zodanig van een mooie zomer te mogen genieten in eigen contreien, om daar vervolgens nog een vervolg aan te breien in den vreemde, als hier de wintertruien alweer van onder de mottenballen zouden worden gehaald. Edoch, Gerard Cox en Rudi Carell mochten al voortijdig komen met hun meertalige hitsingle, en iedereen leek stilaan zowat de wanhoop nabij, vooral toen uitscheen dat de weersvertroebeling zich enkel ophield tussen pakweg de 55ste en de 48ste breedtegraad, en daarbuiten iedereen – en wel iederéén, van Stockholm tot Gibraltar, en van San Francisco tot Jakoetsk, kon genieten van temperaturen die opliepen tot het viervoudige van wat ons werd toebedeeld. De thermostaat van de centrale verwarming die eerder op zomerregime was gezet, gaf af en toe een venijnige tik om te laten horen dat hij onder dezelfde omstandigheden op een ander tijdstip in het jaar normaal wel gewoon zijn ding mocht doen.

Aangezien op kantoor het zomerregime hoegenaamd nog niet was en is ingetreden, was een adempauze tussendoor toch wel aangewezen om deze verwaterde periode die voor zomer moest doorgaan toch enigszins zonder kleerscheuren of zelfs maar water in de kelder door te komen. Niet dat ons bovenste beste buurland betere klimatologische voordelen biedt, maar daar gaat de bevolking tenminste toch wel de strijd aan met dat geteisem van de meteorologische diensten die verantwoordelijk zijn voor zoveel onheil.

En toen het water dus al niet meer aan het begin, maar zelfs halverwege onze kiezeloprit stond, doken we in onze ouwe Saab om het zeegat in te rijden, richting Noordwijk aan Zee. Geloof het of niet, maar toen we goed en wel geïnstalleerd waren bij Stayokay konden we aan de overkant zowaar onder een blauwe hemel aan onze pannenkoek beginnen. Buiten. Op het terras. In de laatste zonnestralen van de dag, en voor ons eerste van de maand. Die we overigens daarna nog even gingen uitgeleide doen op het strand, maar niet zonder de belofte dat ze gauw zouden terugkomen. (Je weet maar nooit.)

De volgende dag stond er terug een stevige noordelijke bries, maar het grijs liet af en toe toch al steken vallen waartussen een mooi helder en blinkend blauw zichtbaar was. Hoewel we niet beschikten over de professionele uitrusting die heden ten dage al is vereist om in eigen land pakweg De Hoge Blekker te beklimmen, was noch het grijs, noch de wind echter een beletsel voor een tocht over het loodrechte strand richting Noordwijk, en tegen dat we zowat 7 km overbrugd hadden was het eerste al geweken; de kussens op het terras van het Blu Beach Strandpaviljoen voelden perfect geschikt aan om de eerste hardcore zon van de dag en de zomer in ontvangst te nemen. Dit gezegd zijnde, heeft de lokale PVDA overigens wel een punt, want de weersvoorspellingen voor het weekend gaven Noordwijk aan als zijnde bewolkt en niet hoger dan 17 graden, wat dus meteen ook een ferme lapsus was. Na wat rondhangen, voltanken, shoppen en vooral de zon niet uit het oog verliezen (de fleecetruien die we droegen werden gedumpt ongeveer halverwege de Hoofdstraat tussen het broodje haring en de vers gebakken kibbelingen) hadden we weer genoeg energie opgedaan om de terugtocht aan te vatten door duin en bos, de volle 7 km terug. Die werd bovendien nog eens twee keer in een half uur tijd bekroond met close encounters met plaatselijke (wilde) herten, die op verschillende plaatsen in het bos in de buurt stonden te grazen en het telkens op een lopen zetten toen ze ons goed en wel in de smiezen kregen.

De volgende retour naar Noordwijk van die dag gebeurde wel met de wagen, en de eerste mosselen van het seizoen werden in ’t Elfde Gebod vakkundig weggewerkt met uitzicht op de ondergaande zon. En we zagen dat het goed was. 

De zondag die aanbrak was helemaal buiten alle verwachtingen; de aangekondigde temperaturen werden tegen de middag helemaal de vernieling in geblazen toen wij aan weer een andere wandeling richting binnenland bezig waren en vergast werden op een plaatselijke rommelmarkt. Deze laatste deed vooral haar naam veel eer aan, en dus hielden we die al gauw voor bekeken. Na deze iets bescheidener ontbijttocht van 6 km terug richting Noordwijk, dat ondertussen een hele metamorfose had ondergaan: de parkings waren overspoeld met auto’s, de boulevard met fietsen en fietsers, en het strand met quasi-blote mensen (die dan wel weer een beetje te optimistisch waren), waardoor een echt zomergevoel ons, samen met temperaturen zo rond 27° (afgeschermd van de wind), overviel, en we terstond het laatste bankje bij J.Van Roon inpalmden, zodat we konden doen alsof we echt met vakantie waren. 

Ware het niet dat wij tegen de avond dat zomergevoel alweer mochten inpakken en in de rij gaan staan voor een zondags zeefilegevoel. Gelukkig hadden wij tenminste de zon mee in de koffer! Leuk, toch?