Wednesday, 22 December 2010

White Christmas

Wie elk jaar een Bing Crosby’tje pleegt, hoeft dit jaar niet meer te dromen: we krijgen een witte kerst. De laatste dagen hebben we overigens zonder twijfel ons tegoed van de afgelopen jaren ingehaald, want er leek maar geen eind aan te komen. Niets passender als decor voor een kerstboom en bijhorende –lichtjes dan een hagelwitte tuin (zo’n 30 cm schat ik), vooral als op een mooie zonnige dag een strakke blauwe lucht achter de witte takken staat, ook al staat daar dan tegenover dat je de nodige verkeersellende moet slikken als je op je werk wilt geraken. Maar aangezien de kerststemming al weken geleden in aantocht was, zorgt het witte decor ook bij de medemens voor een gewatteerd solidariteitsgevoel, dus is de flexibiliteit op kantoor iets groter dan wanneer je pakweg in mei of juni drie uur later op je werk zou opdagen.

Waar wel iets over te zeggen valt, zijn de TV-tradities. Dagenlang al schuimde ik vruchteloos de kranten en televisiewebsites af, op zoek naar “White Christmas”, "Shall we dance", “The Sound of Music”, “Sissi” I, II en III, “A Christmas Carol”, “Mary Poppins”, “Oliver Twist”, “The Court Jester”, “Le gendarme de Saint-Tropez”, “La Grande Vadrouille” en andere zoetgevooisde filmklassiekers waarmee wij vroeger de living opwarmden in de kerstperiode, maar niets van dat alles! Blijkbaar heeft iemand bij elke zender beslist dat een slechte talkshow, een zichzelf herhalende ziekenhuisserie of een nietszeggende tutjesfilm stukken beter is dan een oude klassieker, zelfs voor de jongsten onder ons die de kennis van die klassiekers carrément ontzegd wordt. De televisiekijker wordt behandeld als een junk die moet scoren, ook al zijn de drugs dan slecht en goedkoop. Ja, ik weet dat deze klassiekers verkrijgbaar zijn op DVD, maar dat geeft niet hetzelfde effect als de warme gloed en het gevoel van herkenning die door het gezelschap gaat als blijkt dat iedereen een zaterdagavond of zondagmiddag bij een warme thee of trappist de grappen en grollen van Danny Kaye of de glimlach van Julie Andrews heeft aanschouwd onder het luidkeels meekwelen van de bekende filmsongs.

Gelukkig valt er buitenshuis meer te beleven. Na een kortstondig bezoek aan de Brusselse kerstmarkt, meer om onze honger te stillen en de sfeer even op te snuiven dan omdat we die-hard kerstliefhebbers zijn, wandelden we zaterdagavond onder een schitterende sneeuwbui naar de Brusselse KVS, waar Daan zou aantreden voor zijn akoestische toernee om de nieuwe CD “Simple” te promoten. De CD is een amalgaam van songs in akoestische uitvoering, zelfs sommige waarvan je het niet zou verwachten (o.a. het electronische “Housewife”).

De zaal was zo goed als volgelopen met een zeer gevarieerd publiek. Daan was enkel gewapend met een piano en een gitaar, en vergezeld van drumster Isolde Lasoen en cellist Jean-François Assy, die een sobere muzikale omlijsting gaven aan oude en nieuwe songs, ietwat timide en niet altijd even duidelijk aan elkaar gepraat door de hoofdrolspeler. Maar wie net als ik een fan is van ’s mans doorrookte stem, kwam hier volop aan zijn trekken. Isolde Lasoen ontpopte zich tot een heuse duizendpoot; ze toonde dat ze naast drummen en xylofoon spelen nog meer in haar mars heeft, en volbracht met veel brio zowel de backing vocals als de duetten met de overigens zeer getalenteerde Daan. Zijn meest gespeelde liedjes op de radio (“Housewife” dus, of “Victory”) zijn niet altijd een correcte weergave van zijn capaciteiten; de songteksten van sommige andere liedjes blijken toch bijzonder sterk en doordacht, en konden iedereen in het gemengde publiek bekoren, zo erg zelfs dat hij tot twee keer mocht terugkomen voor een bisnummer. Mooi. Daan is goed op weg om mijn kerstklassieker te worden.

Maar toch, bij gebrek aan de andere klassiekers, hierbij toch één van mijn favorieten, de delicieuze Danny Kaye met “the pellet with the poison”...

Wednesday, 15 December 2010

Bimbo

Vanmorgen in de De Standaard stond een verontwaardigde lezersbrief, en momenteel is er zowaar op de website een hele polemiek aan de gang over het door Van Dale nieuw gekozen woord van het jaar, “tentsletje”. Even (ongeveer 1 minuut) deelde ik de mening van de briefschrijvende dame, tot enkele jonge meisjes die ik ken en enkele die ik regelmatig op trein en metro terugzie mij weer in gedachten kwamen. En ik even later op de trein richting Mechelen stapte.

Het is altijd spannend om te zien of je in de juiste coupé gaat stappen: het kan er te warm zijn, te luidruchtig (er zijn altijd mensen die de rest van de wereld deelachtig moeten maken aan al het leed dat hen sinds 7 uur vanmorgen al is overkomen), of simpelweg te vol (regelmatig aangeschurkt moeten zitten tegen iemand met een walgelijke lijfgeur of dito adem is geen pretje; je krijgt daarvoor ook geen korting van de NMBS).

Van zodra ik de coupé binnenstapte, wist ik dat ik de verkeerde had gekozen, want daar zag ik ze zitten, allemaal met hun voeten naar de middengang gekeerd, kwestie van hun doel- en zinloos gebabbel vlotter met elkaar te kunnen uitwisselen.
Ik vin da wel e goe kleurreke!
Ik em moan hoar naa es deu de Kevin loate kleure, en dieje doet da wel goe vinnekik!
In het midden van de bende zat een blond geval zich te schminken, waarbij iedereen die niet tot hun clubje behoorde uitgebreid werd gemonsterd. Beverly Hills 90210 revisited. Ze droeg naadkousen en een roze SHORT, daaronder een paar Uggs (die er ondanks hun belachelijk hoge prijs bij iedereen oerlelijk en compleet idioot uitzien, en zeker onder een short), en zat ondertussen onophoudelijk inhoudsloos te kwekken. [Nvdr: het was op dat ogenblik -2°C en volop aan het sneeuwen, zoals beloofd door Frank, waardoor alle andere mensen op en rond de trein getooid waren met wollen mantels, sjaals en mutsen.] Elke poeder-, oogschaduw- of lipstickverpakking van Dior of YSL die ze bovenhaalde werd door haar collegae steevast op “oh’s” en “ah’s” onthaald.

Uit de gevoerde academische gesprekken kon ik ondertussen opmaken dat het ging om studenten van een kappershogeschool. Diezelfde gesprekken gingen verder nog over de vriendjes van anderen die zich duidelijk niet in het gezelschap bevonden, het al of niet afleggen van examens en het maken van een wereldreis (ttz een reis van het ene strand met cocktailbars naar het andere). De man naast mij kon zijn ogen niet afhouden van de panty- & shortbenen, terwijl het zweet ondertussen al op zijn voorhoofd parelde. En dat om 8 uur ‘s morgens.

Ondertussen moest er nog even een les “gelezen” worden, voor het geval ze “vragen” zouden krijgen bij de aanvang van de les. Het wicht haalde een map boven waarin zowaar een heel pak halve pagina’s waren… euh… volgeschreven, en uitte haar bezorgdheid over de vergaarde kennis: “Allee, naa emmekik persies niks geliejerd, en ik zen gistere nen hiejelen dag bezig gewest!” “Maar waarmee?” was de interne vraag die spontaan bij mij opborrelde.

De man naast mij kreeg het pas goed kwaad toen het gesprek plots, alsof ze pakweg over hun broodbeleg bezig waren, begon te gaan over een aantal etablissementen die de blonde bimbo al dan niet tijdens de weekends bezocht. “Ah ja, dat is een parenclub hé!” riep het kind zonder blikken of blozen voor heel de coupé, “ge moet daar wel voor zijn!

Tentsletje? Prima woord hoor, wat mij betreft. Trouwens ook bij uitbreiding naar andere behuizingen. Maar ge moet daar wel voor zijn.



Sunday, 12 December 2010

Le roi se meurt

Terwijl de grote meute ongetwijfeld deze Dag des Heeren de winkelzondagstraten of kerstmarkten al afschuimde op zoek naar het ideale kerstcadeau, brachten wij die op vrij rustige wijze door: de vogeltjes en de eekhoorn voederen, de dikke weekendkrant doornemen, een paar wasmachines draaien, en vooral – rijkelijk laat zoals elk jaar – op zoek naar de huiskerstboom voor de komende weken. Politieke correctheid gebood ons te wachten tot na de doortocht van de Heilige Sint, maar ons plan om die op zaterdag te halen werd compleet vergeten. Gelukkig wisten we dat Coni Roos in het naburige Londerzeel op zondag open is, en dat ze doorgaans goed van kerstbomen en aanverwante voorzien zijn.

Onder een flauw winterzonnetje, met een aanstormende dikke grijze lucht, werd uit de resterende oogst de keuze gemaakt voor een Abies Koreana ofte Koreaanse zilverspar. De man van het tuincentrum, die zei dat de grote rush al was gepasseerd omdat de eerste sneeuw het bijhorende kerstgevoel vroegtijdig had aangewakkerd, raadde ons de alom aangeprezen Nordmannspar af, maar wij hadden sowieso al ervaring uit eerste hand dat deze laatste soort na de kerst er onverbiddelijk het bijltje bij neerlegt, en zelfs in een vochtige tuin met een eigen plekje geen aanstalten maakt om terug uit zijn krammen te schieten. Dus de genaamde zilverspar veroverde een plekje in ons hart en wisselde van eigenaar voor 45 harde Europese valuta, maar hopelijk vindt hij tegen die prijs onze tuin wel aangenaam genoeg om zich te settelen binnen een paar weken.

Op zaterdagavond beten we ons weer vast in een stukje cultuurabonnement: in het plaatselijk cultureel centrum De Kollebloem trad 't Arsenaal aan met een stuk absurdistisch theater, de éénakter De Koning sterft (Le roi se meurt) van Eugene Ionesco, met een zeer hoogstaande cast van naast de onvermijdelijke Jaak Van Assche, o.a. ook Mieke De Groote en Marie Vinck. Ondanks dat het stuk bijna 50 jaar oud is, blijft het thema – de dood verrast en men is er nooit op voorbereid, wie men ook is of waar men ook is – in deze moderne tijd waar alles wordt opgevolgd en gecontroleerd door middel van smartphones en andere gadgets, Facebook en Twitter, meer dan ooit actueel. Helaas voor de i-bezitters zal ook voor hen de dood onvermijdelijk onaangekondigd en ongewenst opdagen. (Al kan ze binnenkort misschien wel worden gedownload als app!)

Helaas voor ons werd ook deze voorstelling weer bezocht door enkele mensen die op de naam Jaak Van Assche waren afgekomen en die dachten dat ze in een live-uitzending van De Kampioenen zaten; totaal ongepast en misplaatst schoten ze uit in lachsalvo’s en leverden ze hardop commentaar op bepaalde scènes, alsof het ging om een goedkope voorstelling van plakkaatzangers op een volksfestival. Er zat hier en daar wel soms wel een licht grappige repliek in, maar over het algemeen is het uiteindelijk wel een vrij somber en verdrietig stuk. Gelukkig was Jaak Van Assche ook koning van de beheersing en zette hij een sterke acteerprestatie neer, waarmee weer maar eens duidelijk wordt dat hij en zijn “collega’s” veel beter kunnen dan de flauwe slapstick van De Kampioenen. Het wordt ondertussen een cliché, maar ik kan niet nalaten het ook hier weer te herhalen: een aanrader.