Monday, 5 July 2010

Vive les vacances

De Tour is in het land, en dat staat duidelijk synoniem voor zomer en (bijna) vakantie. Om de renners niet te erg te onthemen werd er ook gezorgd voor een bijhorend Zuid-Frans klimaat. Alhoewel de tourgekte grotendeels aan ons voorbijging – eerdere “live”-ervaringen bij onze zuiderburen leerden dat het maar pover gesteld is met de gadgets van de tourcaravaan, en dat het eigenlijke sportieve gebeuren in een zucht van ongeveer 40 seconden voorbijtrekt - werd de zon even gelaten voor wat ze was om op TV de beelden van de tourrit door onze bijna-achtertuin te kunnen volgen. De apotheose, waar dagen op voorhand al heel lyrisch werd over gedaan in de media, had door de valpartijen in de laatste trek naar de eindstreep eerder iets van een slapstick-gebeuren; mij blijft vooral het hilarische beeld bij van de renner die nog wanhopig trachtte door te fietsen richting eindmeet met de fiets van een gevallen collega in zijn achterwiel gehaakt. In ieder geval was het duidelijk dat het wielrennen niet aan belangstelling moet inboeten tegenover voetbal. Voor één dag lag Frankrijk in Vlaanderen.


De vakantie zit niet alleen in het klimaat, maar ook al in ons bloed en onze gedachten. De definitieve vakantieplannen hebben vorm gekregen en zullen zich dit jaar ontplooien onder de vorm van een old school kampeervakantie, kwestie van de tent die we al hadden nog eens te laten dienen. De bestemming is het departement Hérault in de Languedoc-Roussillon, alwaar we in de buurt van Pézenas zullen gaan uitrusten temidden van de wijnranken op het Domaine Saint Martin du Pin. Zoals de departementswebsite het aangeeft, zullen we er niet alleen séjourner, maar ook découvrir, bouger en zeker niet minder déguster. Het is nog even aftellen tot de volgende maand, maar we bereiden ons alvast psychologisch voor in de tuin, met de obligate apéro, die dan echter weer volledig in WK-stijl is.


De tuin geniet overigens van de geregelde verfrissingsstonden en ziet er aan het begin van deze zomer nog verrassend groen uit. Na de bloemenweelde die ons te beurt mocht vallen, beginnen nu de peren hun definitieve vorm aan te nemen.



Dat de tuin wordt overspoeld door toeristen was al duidelijk: na de eerder beschreven passanten, krijgen we nu ook tweemaal daags het bezoek van wat ondertussen wel als onze huiseekhoorn kan worden beschouwd. Meteen hebben we daarmee ook een gretige afnemer gevonden voor de grote kom hazelnoten uit de tuin van mijn moeder die al sinds het najaar staat te wachten om gekraakt te worden.





Temidden van zoveel leven genieten wij inmiddels met volle teugen tot heel laat van de mooie avondluchten die dit weer met zich meebrengt. En tellen af naar 1 augustus...

Tuesday, 29 June 2010

Bird of Paradise

Nu het verzopen voorjaar ons heeft voorzien van voldoende gebladerte rondom in de tuin, is het niet verwonderlijk dat er ook een heleboel levende wezentjes zich daarin verschansen. Dat het van de lente tot het warme najaar een gekwetter is dat het een lieve lust is, waren we al gewend, maar de laatste tijd komen de kleinste bewoners van onze tuin ons ook ongegeneerd vervoegen terwijl wij op het terras zitten.

De meest opmerkelijke medebewoner van de Hof ter Bollendreef nummer 3 is Moeder Merel. Ik zag haar voor het eerst toen ik enkele weken geleden nietsvermoedend de rozentuin waarvan eerder sprake inwandelde om te kijken hoe het stond met de aankomende bloesems, en zij vanop het ijzeren tuinhekje kwetterend tekeer ging tegen mij, waarbij het maar al te duidelijk was dat ik mij in de buurt van haar kroost begaf, en dat zulks niet te waarderen viel. Omdat ik me stilletjes had teruggetrokken en er daarna niet meer in de buurt was geweest, kon ze merken dat ik haar en haar kroost geen kwaad hart toedroeg, en de volgende dagen begon ze met mondjesmaat toenadering te zoeken.



Ze kwam steeds dichter bij het terras zitten, bleef zonder opkijken op het gras naar wormen zoeken, en uit nieuwsgierigheid naderde ze steeds meer, tot ze uiteindelijk op een hoekje van het terras zat. Sinds vorige zondag laat ze merken dat ze alle vertrouwen in me heeft; terwijl ik het onkruid van tussen de rode bessen aan het plukken was, kwam zij, in datzelfde perkje, op nog geen halve meter van mij, met opengesperde bek en opengeslagen vleugels languit van het zonnetje genieten, en ze gaf geen kik toen ik een paar keer langs haar passeerde. Ondertussen komt ze, als wij aan tafel zitten, een metertje verder naar ons zitten kijken, en dat herhaalt zich elke avond bij thuiskomst opnieuw. Als er op een hoekje van het terras, op weg naar haar kroost, een trosje met rode bessen, enkele rijpe bosaardbeitjes of de overblijvende kruimels van een quiche worden gelegd, neemt ze die heel onbevangen in ontvangst terwijl we erop blijven kijken, om haar kroost een meer gevarieerde voeding te geven dan rupsen en wormen alleen.

Sinds gisteravond blijken we er nog een avondlijke bezoeker bij te hebben. Na eerder al wat stevig geritsel te hebben gehoord dat te luid was om van de gebruikelijke kleine muizen of padden te zijn die we af en toe ook de tuin horen of zien doorkruisen, verscheen dan gisteren plots een jonge egel. Terwijl je op het terras zit, en steeds rond een uur of tien, zo net voor de duisternis begint te vallen, komt hij uit de richting van het bos achteraan, en begeeft hij zich naar de stenen bakjes met water en overschotjes kruimels, cornflakes en brood die we onder de wilg gooien ten behoeve van het gefladderte, en doet hij zich al tegoed aan de kruimels in het bakje, en de insecten die zich aan de onderkant verschansen, waarna hij zijn weg verder zet om zijn nachtelijke honger te stillen.




Verder is er natuurlijk een constant geritsel, getrippel, gekwetter en gepiep van bosmuizen, veldmuizen, Vader Merel (die ook af en aan vliegt en de struiken uitkamt naar voedsel, maar blijkbaar iets meer verlegen en afstandelijk is), bosduiven, eksters (minder geliefd bij dageraad als ze zich op een ontiegelijk uur al laten horen, en de andere fladderaars aanvallen) en wie weet wat nog allemaal. De meesjes die afgelopen winter nog aan de achterdeur zaten om de zaadjes in het voederbakje aldaar dankbaar in ontvangst te nemen, hebben nu de hoogste bomen opgezocht om de omgeving van hun chanson te laten meegenieten.

De minder aangename en recent opgedoken bewoners – met dank aan de beek en stilstaande waters in de buurt – zijn de enorme muggen, die eruitzien alsof ze al enkele jaren genetische mutatie hebben ondergaan (maar liefst 1 tot 1,5 cm groot), en (hoewel Wikipedia beweert dat ze dat niet kunnen) dwars door je kleding boemelen op je bloed, waarbij ze beten achterlaten die de concurrentie met die van een daas gerust kunnen doorstaan. Vermits het nogal moeilijk zal worden om hen ook af te richten en met een fruitje in het riet te sturen, kan ik alleen maar rekenen op de vleermuizen die elke avond rakelings langs het terras scheren om ons van dit kwaad te verlossen. Want onze merel, die wordt steeds kieskeuriger; hoe zou je tenslotte zelf zijn?

Sunday, 27 June 2010

Soak up the sun

In afwachting van de dra aanbrekende pruimentijd, heeft justitie alvast een aanzet gegeven tot een meer geanimeerde start van de zomer door op ware Dan Brown-wijze een doorgedreven huiszoeking uit te voeren in het huis en de kathedraal van Kardinaal Danneels in Mechelen. Als het openbreken van een graftombe van een Kardinaal die al in 1926 werd begraven al geen materiaal opleverde voor een onderzoek van feiten die pakweg de laatste 40 jaar zijn gepleegd, dan zorgde het in ieder geval wel voor de nodige inspiratie bij de media, nu het nieuws rond de nieuwe messias van N-VA en het onsluitbare olielek in de Golf van Mexico stilaan op het achterplan geraken.

De sensationele evenementen werden voorafgegaan door een bewogen week op het werk, met een jaarvergadering en dito diner waarop enkele belangrijke Eurocraten als President Van Rompuy en commissarissen Olli Rehn en Karel De Gucht het woord kwamen voeren, en die ook belangrijk waren voor het verdere voortbestaan van onze denktank. Misschien had het weer er iets mee te maken, maar het goede verloop van de jaarvergadering was verzekerd, en daarmee ook het probleemloos voortbestaan van onze job.

En de zomer, die is definitief aangebroken. Terwijl het laatste weekend van juni boven de 55ste breedtegraad traditioneel wordt gevierd met nachtelijke bacchanalen ter ere van midzomer, is zulks op de 51ste breedtegraad in Willebroek het toneel voor de Kanaalfeesten, met doorgaans dezelfde nachtelijke bacchanalen tot gevolg. Gelijk met de temperaturen liepen ook de gemoederen al eens hoog op, met onder meer een heuse cat fight vlakbij de plaats waar wij nog stonden na te genieten van 10cc. Of het iets te maken had met de Kanaalfeesten was niet duidelijk, maar de buurt werd het afgelopen weekend ook bezocht door de enige echte Goodyear Blimp, die - ongetwijfeld met toeristen aan boord - met de regelmaat van de klok rondjes trok over ons huis, wat bijzondere beelden opleverde.




Ondanks de strenge winter die we achter de rug hadden, en de langdurige koude temperaturen, die in onze tuin hier en daar weer wat casualties tot gevolg hadden, lijkt het wel alsof die koude winter nu een omgekeerd effect heeft gehad op de rest van de tuin: de bloemdragende planten lijken allemaal tot een explosieve groei te zijn gekomen, wat ons een kleurige show biedt en onze gevederde vrienden een ruim onderkomen. Vooral de rozenstruiken barsten uit hun voegen en zijn één en al bloem; de lavendel hinkt hier en daar nog even achterop, maar wat nu alvast duidelijk is, is dat er in het najaar duchtig zal dienen gesnoeid. Maar dat zijn zorgen voor later; laat nu maar komen die zomer!