Thursday, 31 May 2012
Games without frontiers, war without tears
Thursday, 3 May 2012
First we take Manhattan…
Met Pasen werd een veelvuldig geopperd plan eindelijk tot uitvoer gebracht: we zouden eindelijk eens een keertje naar Berlijn te gaan, en samen met ons landden in het voormalige Osten zowat 1.999.998 andere toeristen (oftewel 20% van de jaarlijkse stroom, zo zouden we later in het weekend van een gids vernemen). Het zorgde her en der voor wat gedrum en wachtrijen, iets dat ons geduld wel eens op de proef stelde, maar de goede raad van Basil Fawlty indachtig, wisten we ons daar mentaal over te zetten. Tenslotte waren het ook veeleer de niet-Duitsers die een loopje namen met de goede orde, want de Berlijners en bij uitbreiding alle Duitse bezoekers aan de stad, bleven en blijven onveranderd trouw aan hun gevoel voor Disziplin.
Over het algemeen wist de berenstad overigens wel weg met deze stroom van volk, en wij hadden met onze vijf dagen tenslotte wel wat ruimte om alles te spreiden. Naast de gebruikelijke highlights hadden we dan ook tijd voor een paar “speciallekes”. Zo overnachtten we, in plaats van in een doorsnee hotel, midden tussen de locals in een studio van de IMÄ Design Lofts, appartementen met een hotelservice en ontbijtcafé in een voormalig industrieel gebouw in de wijk Kreuzberg, voor de andere helft volgestouwd met designers, grafische bedrijven en kunstenaars, op korte wandelafstand van het vroegere Turks (en tegenwoordig eerder internationaal) kwartier met massa’s café’s en restaurants.
Wellicht goed voor de inkomsten van de stad, maar een groot deel van de jonge toeristen was niet altijd gespeend van enig respect, dat blijkbaar niet meer op het curriculum staat dezer dagen: de doorgaans ingetogen Neue Wache werd tot een toeristenattractie herschapen, doordat alle toeristentroela’s met hun UGGskes en nieuwe kleurrijke lente-outfit op de foto wilden met de treurende moeder, en daarvoor nog net niet in haar nek kropen. Bij het Holocaust Memorial liepen Spaanse studentes gillend en krijsend tussen de blokken, achterna gezeten door hun hitsige mannelijke counterparts, die blijkbaar door de lage landtemperaturen hun libido niet bevroren zagen.
Af en toe braken we de vasten met een vroegstuk in het ÏMA Café waar het, geheel in artistieke traditie, nogal chaotisch aan toe ging, met enige stress omdat 6 toeristen tegelijk zowel koffie, espresso als cappuccino bestelden die allemaal uit dezelfde machine moesten komen. Maar in crisistijden een uitgebreid buffetontbijt aanbieden voor 5 euro per persoon is natuurlijk om problemen vragen; voor die prijs ga je niet met slaapkeuteltjes in de ogen op zoek naar een croissant in de naburige straten.
De highlights op het Museuminsel waren niet altijd onmiddellijk toegankelijk, en mede door een miezerige regen die de zaterdag helemaal vergrijsde en zelfs overging in sneeuw, moesten we dan ook af en toe van het traject afwijken voor een iets luchtiger activiteit, zoals het DDR Museum, waar de streng priemende blik van Erich Honecker alweer terug op ons netvlies stond gebrand alsof hij nooit was weggeweest, tegen de tijd dat enkele onverlaten stukken begonnen af te breken van de tentoongestelde Trabant.
De ijzige landwind, die zorgde voor een levensechte feel van de vroegere koude oorlog, week op zondag even voor een stralend zonnetje, net op tijd voor onze “Muurtour” met Berlin on Bike, onder leiding van een Nederlandse gids. Een “extraatje” daarin was het bezoek aan een voormalige Oost-Duitse wachttoren die door Jürgen Litfin als museum was ingericht ter nagedachtenis aan zijn broer Günter, die op 24 augustus 1961, nog geen twee weken na het optrekken van de muur, als eerste slachtoffer werd doodgeschoten door de grenswachters, zonder dat het eigenlijke bevel om te schieten al officieel was gegeven. Het was een beetje een bevreemdende ervaring om als onbezonnen westerse toerist te worden geconfronteerd met een door onmacht, wrok en woede nog steeds zeer verbitterde heer Litfin en zijn relaas van de gruwelijke realiteit die wij alleen kennen uit geschiedenisboeken of “Das Leben der Anderen”. Met (Oost-)Duitsland is het ondertussen goedgekomen; ik hoop dat Jürgen Litfin (en bij uitbreiding de rest van de Oost-Duitse bevolking) toch ook nog enige vreugde beleeft aan de rest van zijn leven... De vroegere oostzijde heeft in ieder geval een hele metamorfose ondergaan, en langs de Kastanienallee vind je tegenwoordig heel wat gezellige bars en restaurantjes die de stad gezelliger maken dan pakweg Antwerpen (ik hoor ze nu al mompelen “allez, wa zegde gaai na!?”, maar toch!). Voor een grote stad is ze overigens onvoorstelbaar ruim en groen, iets wat in onze steden toch wel een groot probleem begint te worden.
Op paasmaandag konden we – aangezien veel musea én alle winkels dicht waren – vóór de Zoo nog een bezoek aan het Käthe Kollwitz-museum brengen, dat wel open was, maar waar we desondanks toch alleen rondliepen. We hadden gehoopt er meer beelden te zien, maar eigenlijk draaide het vooral rond haar tekeningen. Gelukkig is Vladslo niet zo ver... Achteraf bleek overigens dat de meeste locals bleven plakken in de ernaast gelegen Wintergarten im Literaturhaus. Alweer iets dat we aanvinkten voor een volgende keer.
De avonden probeerden we enigszins culinair in te vullen, iets wat in Berlijn zonder problemen lukt, in tegenstelling tot de rest van het land, waar een diner na zeven uur al als exorbitant en excentriek wordt beschouwd. Gezien de internationale diversiteit onder de Berlijnse restaurants, en de vele bezoekers, was het echter op veel plaatsen, of het nu om de Turkse, Japanse, Duitse of Vietnamese keuken ging, zelfs om negen uur ’s avonds nog aanschuiven voor een tafel. Om in de Duitse sfeer te blijven konden we één keer toch niet voorbij aan Max und Moritz voor een stevige Schlachtplatte en een Eisbein, overgoten met een paar Weissbier. Zum Wohl!
Op de laatste dag, toen de stad weer veelal leeggelopen was, kregen we eindelijk ongestoord toegang tot het Pergamonmuseum, dat een tiental minuten na de opening alweer bleek te zijn volgelopen. Het tijdelijke indrukwekkende panorama van Assisi, dat het oude Pergamon tot leven brengt en nog tot eind september van dit jaar te bezichtigen is, was daar wellicht niet vreemd aan.
We waren nog lang niet door de Berlijnse voorraad heen toen onze vijf dagen wel alweer voorbij waren. De jonge Duitse hoofdstad had zo’n stevige indruk nagelaten, dat ik zowaar een paar weken met mijn mond vol tanden zat. Maar dat is bij deze dus verholpen.
Wednesday, 28 March 2012
Around the world, around the world
Met deze ongewone maartse lentedagen kan je ‘s avonds op de trein meteen vaststellen wie de mensen zijn met de onmetelijke lunchpauzes. Die zijn nl. na de dagtaak al voorzien van een kleurtje dat neigt naar een onaangeroerde pot speculoospasta, met een streepje glanzende frambozencoulis voor de neus. Niets daarvan bij mezelf; behalve het feit dat mijn professionele tijdsbesteding geen liederlijke lunchpauzes toelaat, beperkt zelfs een overvloed aan zomerzon zich op mijn Scandinavische poolhuid tot het aanbrengen van de frambozencoulis, en gaat het verder voor geen centimeter vooruit.
Wie overigens denkt na het semestriële geheen-en-weer van de klok nu al van avondlijke terrasjes te kunnen genieten, komt van een kale kermis thuis: des avonds snijdt alweer een venijnige wind door de bomen die je meteen tot de temperatuur en de realiteit van de dag terugbrengt, en dus terugverwijst naar binnenshuis. We zijn dus nog toch nog een tijdje aangewezen op binnenactiviteiten om onze dagtaak af te ronden. Op aanraden van menig krant en cultuurpagina hadden we op de valreep nog een ticket verkregen voor de snel uitverkochte voorstelling “A History of Everything”, door het gezelschap Ontroerend Goed in samenwerking met de Sydney Theatre Company (of omgekeerd). Geen idee wat we ons daar aanvankelijk moesten bij voorstellen, tot het stuk begon en er als een wervelwind vandoor ging: de wereldkaart op de scène werd al gauw bevolkt door de jonge 7-koppige cast, die ons op een drafje door de hele geschiedenis van de mensheid bracht, en dan nog wel in achterwaartse volgorde. Van de lokale gebeurtenissen van de dag, tot miljoenen jaren terug, bij het prille begin. Wie dacht dat het ophield bij het ontstaan van de mens, kwam voor een nog grotere verrassing te staan: de klok werd namelijk voor de gelegenheid helemaal teruggedraaid tot het begin van niets; het ontstaan van de eencelligen en tenslotte de Big Bang, en dit alles met het nodige klank- en lichteffect.
Behalve dat het een spectaculaire krachttoer was om – dan nog achterwaarts – door al die grote en kleine wereldfeiten te fietsen, doorspekt met een beetje couleur locale of plaatselijke (Belgische) trivia, dingen waarvan het gebeuren al lang tot een verre uithoek van het geheugen of de geschiedenisboeken was verbannen, en uitgebeeld met soms heel originele rekwisieten, was het eerst en vooral ook een les in nederigheid en relativiteit. Een must voor mensen, al dan niet in de media, de politiek of het bedrijfsleven, die van mening zijn dat de nulmeridiaan door hun lage onderrug passeert en de rest van de wereld zich daarrond situeert, of die denken dat hun passage op deze aardkluit een onuitwisbare indruk zal nalaten. Think again.
De hoeveelheid oorlogen die daarbij overal op de werelbol werden aangeduid, dan ook nog niet altijd om duidelijk aanwijsbare redenen, deden meer dan eens de vraag opkomen “waar is de mens eigenlijk toch mee bezig?”. Voor de twijfelaars in het publiek was het omgekeerde overigens ook van kracht: teveel (zelf)relativering zou bij de toeschouwer mogelijk vragen kunnen doen rijzen over de zin van het bestaan, als hij of zij zichzelf in die parade van miljoenen jaren evolutie en ontelbare generaties mensheid dient te plaatsen. Als er al een les te trekken is uit de voorstelling, dan is dat minstens, uit eigen bestwil, dat je van deze passage zo mogelijk het beste moet maken, bij zoveel nietigheid.
Wie deze schitterende voorstelling nog wil zien, kan zich volgende week naar Hasselt reppen in een poging om nog een ticketje te bemachtigen. Daarna zijn ze weer weg; de wereld rond, maar dan “in ‘t echt”.