Wednesday, 28 October 2009

Helter Skelter

De roltrap. Die speelde deze en vorige week een hoofdrol in mijn dagelijkse lotgevallen met het openbaar vervoer, en wel als studieobject, om wat variatie te brengen in de pendeltijd. De versie van de Brusselse metro dan wel, want aan de Nationale Maatschappij voor Bizar Spoorverkeer ben ik niet zoveel toegekomen de afgelopen dagen. Ofwel hadden de treinen vertraging (het exacte “tijdsschema” begint steeds meer op een bingospel te lijken), ofwel waren ze gewoonweg afgeschaft, en dan heb je maar te wachten op de volgende – wanneer die ook komt. Dus als je niet op je honger wilt blijven zitten, ben je nog het best af met een auto-metro-combo, dat doorgaans veel meer voldoening schenkt, kortstondige of buitengewone verkeersopstoppingen niet te na gesproken. En dan passeer je dus een aantal roltrappen, want de MIVB heeft duidelijk meer centen te besteden aan haar materiële uitrusting om alles op rolletjes te laten lopen, dan eerder genoemde maatschappij.

Vrijwel elk metrostation biedt de keuze tussen een standaardtrap die je uit eigen beweging mag beklimmen, of het mobiele alternatief. De meeste mensen gaan altijd en overal in eerste instantie voor het would-be-perpetuum mobile, vermoedelijk omdat ze denken dat ze daardoor sneller op een volgende verdieping zijn, hetzij hoger of lager. Misschien zou dat het geval kunnen zijn, als je van de bewegende roltrap gebruik zou maken om de eigen beweging te versnellen, ttz als je dus zelf ook nog gaat stappen op die roltrap. Vreemd genoeg lijken mensen, van zodra ze op een bewegende roltrap staan, compleet ontdaan van enige spierwerking, en blijven ze roerloos staan, om te wachten tot de trap – naar mijn gevoel tergend langzaam – hen op een ander niveau brengt. Ondergetekende nam bovendien de proef op de som, en kon constateren dat je op een standaardtrap nog altijd sneller naar boven gaat dan de mensen in beweging op een roltrap.

Bovendien zijn er nog elementen aan de roltrap die tot onderzoek nopen. Zo is er in eerste instantie de vraag die je je als kind dikwijls al stelt: waar gaat de trap naartoe als hij boven- of onderaan in de vloer schuift? Het gezond verstand (en de techniek) zegt natuurlijk dat de treden in elkaar schuiven om vervolgens via een rotatiesysteem weer naar het aanvangspunt te worden gebracht, m.a.w. dat de trap werkt als een draaiende ketting. Toch blijkt uit het gedrag van veel mensen dat dit nog steeds niet bekend is bij het grote publiek. Soms blijven dames al stilstaan, wordt have en goed in een stevige greep genomen, worden nietsvermoedende bloedjes van kinderen gewelddadig aan de arm opgetrokken, en dat allemaal al op enkele meters van “de spleet”, blijkbaar uit een daadwerkelijke angst om te worden opgeslokt. De goedgeoliede roltrapbeoefenaar weet natuurlijk dat hij kan blijven staan tot net voor de geduchte spleet, om dan met een gezwinde sprong weer op de begane grond te belanden.

Alhoewel de begeleidende leuningband eerder te duchten is dan de trap zelf, omdat hij sneller gaat en je na enkele treden dus vervaarlijk gaat vooroverhellen als je jezelf in evenwicht tracht te houden, hebben de meeste mensen daar echter het volste vertrouwen in. De doorsnee roltrapgebruiker klampt zich dan ook – terecht of onterecht – volledig aan het rubberen leidsel vast, met als gevolg dat hij nog meer uit evenwicht geraakt, en het naderen van de spleet met knikkende knieën tegemoet ziet. Dat leidt dan weer tot een onefficiënt gebruik van de roltrap, aangezien dit onevenwichtig gedrag de weg verspert van andere mensen met een betere controle over hun persoonlijk roltrapgebruik, die verwachten dat de weg voor hen wordt vrijgemaakt aan de linkerzijde van de trap om sneller progressie te kunnen maken. Zo is het roltrapgebruik in steden als Londen bv. veel beter ingeburgerd, en gaan de “trage” en onwennige gebruikers van de “escalier roulant” spontaan rechts houden om de doorwinterde “rollers”door te laten. Dit gebruik is in onze contreien nog niet doorgesijpeld, en dat is dermate ergerlijk (als je tot de snelle gebruikers behoort), dat er in Nederland zelfs al een heuse campagne gestart ter inburgering van het rechts houden op de roltrap.

De roltrap is in ieder geval een merkwaardig studieobject, dat mensen veeleer vertraagt dan ze sneller doet gaan, hen eerder beweging ontneemt dan die te stimuleren, en dus inefficiëntie brengt waar optimalisatie verwacht wordt. Als het van Volkswagen afhangt, is daar snel iets op gevonden...



Sunday, 25 October 2009

Kom op konijntje

De witte gedaante hadden we al een drietal keer gezien in hetzelfde aantal weken, gewoonlijk 's avonds laat bij het thuiskomen in het donker, gewoonlijk in gezelschap van een tweede, vermoedelijk wild exemplaar, en we hadden hem (of haar) zelfs al eens voor een aangewaaid plastic zakje gehouden, maar sinds vrijdagnamiddag is het onmiskenbaar en overduidelijk: er zit een wit konijn in onze tuin.



Verscheidene toenaderings- en kennismakingspogingen met behulp van wortels en brood draaiden er gewoonlijk op uit dat het beestje enkele meters verder ging zitten, en één keer zelfs het hazenpad koos, naar de tuin van de buren. Maar elke morgen of avond zit het weer terug op het vertrouwde plekje, al ziet het er ondertussen tamelijk pips uit, en zit er nog maar weinig beweging in, ook al wordt het dan van wortels, groenafval en water voorzien. Diverse contacten hebben al uitgewezen dat het schepseltje vermoedelijk weinig of niets ziet, en vooral op z'n reukorgaan moet afgaan, wat misschien de gedeeltelijke immobiliteit verklaart.

Ondertussen werd een verlaten kippenhok van de vorige eigenaars al uit een hoek van de tuin tevoorschijn gehaald, kwestie van op alles voorbereid te zijn om het diertje eventueel onderdak te bieden. Maar ondertussen laten we het nog wat gewoon worden aan de tuin, en hopelijk raakt het gewend aan een leven in het wild, zodat het zijn eigen Watership Down heeft om op te grazen.


Met één oog op het konijn maken we ondertussen de tuin winterklaar. De hagen en heggen zijn gesnoeid, de dode olijfboom werd omgehakt tot hout voor onze kachel, die we deze winter eindelijk eens hopen aan te steken, en de struiken van de "trosselbezen" zijn... weg.
Of toch uit het gazon naast de grote bomen, waar ze door de vorige eigenaars nogal ongelukkig neergepoot waren. Niet alleen kregen ze er weinig zon, ze stonden er bovendien behoorlijk in de weg bij het afrijden van het gras. Nu staan ze tegen de afsluiting van de buren, in wat ooit de aanzet tot een kruidentuintje was, maar dat nooit kan gedijen omdat het elke zomer de snoepwinkel wordt van de vele slakken en bladluizen, waar ze volgende zomer in de volle zon en beschut van de wind hopelijk goed zouden moeten aanslaan.

Nu rest ons enkel nog het verplaatsen van de twee uit de kluiten gewassen appelbomen die de toegang tot onze voordeur sierden, maar die ondertussen stilaan uit hun bakken barsten. En zo blijven we bezig, onder de argwanende blik van een wit konijn, dat vooralsnog niet gehaast is om ergens naartoe te gaan.

Wednesday, 21 October 2009

Living for the city

Van de ene dag op de andere, van het ene moment op het andere, via een paar telefoontjes en mailtjes, door onvoorziene omstandigheden en omstandige onvoorzienigheden, was het afgelopen weekend weer tot de nok gevuld met activiteiten.

Vrijdagavond was het tijd om herinneringen op te halen en plezier te maken met een voormalige studievriendin, tevens ex-collega. De “ex-files” kwamen ruimschoots aan bod, afgewisseld met lachsalvo’s, knorrende geluiden en fluitende stoomontsnappingen, wat ons door de overige bezoekers in het etablissement niet altijd in dank werd afgenomen. Een portie droge humor schuift immers beter binnen met spijs en drank, en dus hadden we namelijk afgesproken in restaurant Fez, in de Antwerpse Kloosterstraat. Het was ondertussen al een jaar of twee geleden dat ik het nog bezocht, en hoewel de crisis een niet te onderschatten leegte achterlaat in het hart van vele restaurants, was de kwaliteit van de couscous en de tagines nog altijd recht evenredig met de porties die je krijgt, en aan een eerlijke prijs. Toen ons bordje leeggelachen was, hadden we dan ook een lekkere avond achter de rug.

Zaterdag dienden we in de voormiddag dringend terecht bij Kunst in Huis omdat onze halfjaarlijkse cadeaubon was afgelopen, dus konden voor een keertje de Koekestad nog maar eens aanschouwen in het ochtendlicht. Als bij geluk was er de week ervoor een nieuwe lading kunst binnengekomen, zodat kiezen voor kunst nu uit een ruimer aanbod kon gebeuren. We voelden ons als een vis in het water bij het ontdekken van een fris nieuw werk van Ann Francx, dat binnenkort, mits het ophangen van de aangekochte ‘kunstrail’, het centrale pronkstuk van onze woonkamer zal worden. Althans toch voor een aantal maanden. En nu de kunsttrein dan toch op de sporen staat, hebben we ons abonnement meteen maar verlengd. Daar kijken we niet tegenop, maar graag tegenaan!

De visjes uit het water die werden zaterdagavond dan weer soldaat gemaakt bij een ad hoc bij elkaar geroepen diner in gezelschap, en met name in het - alweer - Antwerpse restaurant Fata Morgana, waarvan we uit goede bron hadden vernomen dat het van zeer goede kwaliteit was. Waarvan akte.

Zondag was het dan weer tijd voor een namiddag in de zee (C) van cultuur, met het eerste ticketje van onze cultuurabonnementen. Als eerste viel de eer te beurt aan de Boomse Schouwburg, waar een voorstelling geprogrammeerd stond van De Pruimelaarstraat, door het Mechelse gezelschap ’t Arsenaal, naar het verhaal over “de vampier van Muizen” van schrijver-journalist Louis Van Dievel, begeleid door een persoonlijk woordje van the man himself. Niet alleen was het genieten van het kruim van Vlaamse (Mechelse) acteurs die een prachtperformance neerpootten, maar bovendien stond het hele stuk (in sappig Mechels dialect) er als een huis. Naar verluidt is de voorstelling in de hele Mechelse regio volledig uitverkocht – zo ook die in Boom trouwens – maar het is zeer zeker een aanrader voor wie in z’n buurt nog aan tickets kan geraken. De collega’s van dit professionele gezelschap halen trouwens een heel arsenaal talenten uit de kast en maken daarmee dat het prille amateurisme van het originele MMT niet meer dan een vage herinnering uit het verleden is. Iel schoen!