Monday, 15 December 2008

Is there anybody going to listen to my story?



Als je een blog begint heb je er geen idee van wie die eigenlijk actief leest. Je geeft de link door aan een aantal mensen die je kent van ver of van dichtbij, in de hoop dat hij zo verspreid geraakt (want daarvoor doe je het uiteindelijk), en begint dingen te schrijven die weetjes of niet-weetjes zijn, maar gewoon als ‘leesbeetjes’ kunnen dienen voor het geïnteresseerde publiek. Maar met het groeiend succes van zo’n blog, groeit ook de druk om er op regelmatige basis iets op te posten - van ‘opposten’ ken ik wel teen en tander, doch dat terzijde – want er gaan zowaar mensen achter je veren zitten met vragen wanneer er weer iets verschijnt, over de inhoud, opmerkingen dat ze het niet helemaal kunnen lezen, enz., waaruit blijkt dat het publiek in kwestie groeit.


Wat is er nu zo fascinerend aan een blog? Mensen schrijven welke schoenen ze gekocht hebben, in welk team ze spelen, wat de Sint heeft gebracht, waar ze zijn gaan wandelen, over familiebijeenkomsten... met andere woorden, in veel gevallen over heel banale onderwerpen. En toch is het net dat lezen over die heel banale onderwerpen dat ons aanspreekt, soms omdat we onszelf erin herkennen (dat verklaart bv. ook het succes van de familiereeks “De Kampioenen”, die waarschijnlijk tot aan het einde der tijden zal worden uitgezonden, gezien haar blijvend succes), soms ook omdat we er juist iets nieuws door ontdekken of leren kennen dat we tevoren niet kenden (bv. interesses, hobby’s, recepten enz.).


Maar waarom ga je deze dingen delen met wildvreemde mensen? Is dat niet een heel klein beetje omdat ons sociaal leven aan een deficit lijdt, omdat we steeds minder bij elkaar over de vloer komen, en die veelvoud aan kennissen slechts bij mondjesmaat zien, zonder er daarom echte gesprekken mee te hebben? Tijdens het leven van onze grootouders vooral, maar ook nog van onze ouders, liepen bij de mensen bij elkaars familie en vrienden de deur plat, soms onaangekondigd en onverwacht, maar in veel gevallen werd je toch met open armen ontvangen en werd het nooit als onaangenaam of ongelegen ervaren. Ik herinner me nog het bezoek dat ik als kind met de familie bracht aan een nicht van mijn grootmoeder in Diest, de dochter van mijn grootmoeders tante, waar we onaangekondigd met open armen werden ontvangen en er terstond om vlaai werd gelopen naar de naburige bakker. Een eenvoudig bezoek, met een eenvoudige ontvangst, die toch een grootse namiddag werd, voor altijd in het geheugen gegrift, want dit soort improvisaties blijken later de leukste bijeenkomsten. Een dergelijke ontvangst, hoewel beide dames reeds rond de 70 waren, en de vader van mijn grootmoeder - de enige link met die familie - na haar geboorte in '13 nooit meer uit de Grooten Oorlog was teruggekeerd, zou je nu alleen nog kunnen verwachten van familieleden of vrienden waar je heel close mee bent. Bij mijn grootmoeder thuis was het trouwens ook veelal de zoete inval, met veel volk - waaronder uiteraard mijnheer Pastoor en zuster Christine - dat over de vloer kwam. Maar een ander onderdeel van het probleem is uiteraard net het feit dat mensen nu niet meer thuis zijn. Mijn grootmoeder (en mijn moeder trouwens ook) waren altijd thuis, terwijl nu iedereen is gaan werken. Ik zat het onderwerp te overpeinzen nu ik hier zelf (tijdelijk) thuis zit, maar er ook niemand anders is om binnen te springen, omdat al die andere mensen natuurlijk op hun werk zitten. Als er een familiebijeenkomst moet gepland worden, dan moeten alle agenda's naast elkaar gelegd worden om te zien of er binnen de zes weken nog een datum is die voor iedereen gelijk past, want iedereen doet tijdens het weekend dan ook nog een sport of hobby. Van spontaniteit is hoegenaamd geen sprake meer. Ik pleit niet onschuldig, want ik maak er mijzelf evenzeer schuldig aan...


En als mensen dan thuiskomen, moeten ze nog boodschappen doen, zijn ze moe, willen ze hun eigen ding doen, niet gestoord worden, en...gaan ze op Facebook zitten surfen! Facebook bestaat al enkele jaren, maar kende de laatste maanden een enorme uitbreiding. Ik sta er ook op geregistreerd, maar blijf het een eigenaardig fenomeen vinden. Ik gebruik het om berichtjes te sturen aan mensen waar ik contact mee houd, die ik af en toe of zelfs regelmatig zie. Maar plots krijg je dan berichtjes, boodschappen, cadeautjes, spelletjes enz. toegestuurd van mensen die je al in 15 jaar niet meer hebt gehoord of gezien, van sommigen die je zelfs maar vaag hebt gekend op school, die er hoger of lager zaten, van (ex-)collega's die op een andere verdieping of in een ander gebouw zaten/zitten, waar je verder bitter weinig contact mee had, terwijl ze zich op Facebook nu profileren als die 'long lost friend'... Is dat eigenlijk niet een hele rare situatie, misschien een beetje pervers zelfs? Bovendien, als je in die stroom wordt meegezogen, word je op Facebook zelf ook verleid tot het versturen van berichtjes, opmerkingen op foto's, het spelen van spelletjes, het 'taggen' of 'porren' van mensen, het lid of fan worden van allerlei verenigingen of bekende figuren (waardoor anderen jouw interesses en jezelf dan weer beter leren kennen), maar voor je het weet heb je een hele hoop tijd verspeeld of 'versurfd'. Die tijd (in veel gevallen toch 's avonds, na het werk) had je dan weer evengoed kunnen besteden aan een telefoontje aan die vriend of die kennis, een afspraakje op café om eens bij te praten, of eens binnenlopen bij deze of gene persoon... C'est fou, non?


Zonder in de val te trappen van de verzachtende omstandigheden waar de kerstperiode gewoonlijk voor zorgt (al heb ik vorige week ook iets gemakkelijker toegegeven aan die bedelaar in de Brusselse metro), kan ik stellig verzekeren - zeker nu ik een tijdje thuis ben - dat de deur en de flessen bij ons altijd open en klaar staan voor onvoorziene bezoekers. En ik hoop van u hetzelfde.



Monday, 8 December 2008

Girls on film

... en boys ook natuurlijk.
Een van de papa's van onze Mix-ploeg is volop aan het experimenteren met zijn nieuw fototoestel, en dat heeft tijdens een paar wedstrijden al mooie beelden opgeleverd. Hij slaagt erin van telkens op het juiste ogenblik af te drukken, met knappe en zeer professionele actiefoto's als resultaat.





























Dat de foto's een goede weergave zijn van "het basketballeven zoals het is" en dat dat leven niet altijd zo eenvoudig is in een ploeg met voor driekwart meisjes, getuigt onderstaand beeld van de laatste thuismatch, dat voor zich spreekt...

Friday, 5 December 2008

Kdeng kdeng

Sinds de Goodman-ervaring afgelopen is, heb ik weer het genoegen om terug in het circuit van de 'job hunt' te zitten. Een cv dat ondertussen al 2 volle pagina's bestrijkt en de bijhorende 15 jaar ervaring verdwijnen bij elk nieuw gesprek als sneeuw voor de zon, want altijd weer moet je tot in den treure worden getest, binnenste buiten gekeerd en ondervraagd, om toch maar te bewijzen dat het allemaal geen loze woorden zijn, en dat je daadwerkelijk al die dingen gedaan hebt, en de talen die je spreekt ook inderdaad spreekt, om bovendien na 15 jaar ook nog steeds de vraag te krijgen waarom je geen vertaler bent, alsof dat er na al die jaren nog iets toe doet. Het is alsof je aan Paul Michiels zou vragen waarom hij geen melkboer is. Een mens zou er horendol van worden.

Met het solliciteren, dat doorgaans per auto gebeurt omdat veel gesprekken ergens op een comfortabel uur in het midden van de voor- of namiddag vallen, maar af en toe ook per trein, als de locatie en het tijdstip niet zo comfortabel samenvallen, heb ik ook de geneugten van het treinreizen opnieuw mogen ervaren, wat al jaren geleden was. Het is ondertussen ook al heel wat veranderd, maar wat helaas niet veranderd is, is de onaantrekkelijkheid en de ontoegankelijkheid van het treinrijden, vooral dan voor leken, niet-ervaren treinreizigers en buitenlanders.

De eerste keer dat ik bijvoorbeeld terug de trein nam om mij naar Brussel te begeven, en dan niet zomaar Brussel-centrum, want dat zou te gemakkelijk zijn, maar een eind op de Louizalaan, heb ik bijna twee uur op internet zitten zoeken om mij zo goed mogelijk te informeren over vertrek- en aankomsttijden, overstappen, stationsfaciliteiten, metro en trams, enz. Ik maakte me namelijk geen illusie dat het zichzelf allemaal niet zou uitwijzen, en wou beter goed voorbereid aan de rit beginnen.

Die eerste uitstap, waarbij ik van punt A (thuis) naar punt B (een eind op de Louizalaan) moest geraken in de meest voordelige tijdsspanne, zou tegenwoordig door geen enkel wiskundig schoolvraagstuk kunnen worden berekend, want het simplisme van bij punt A op de trein en bij punt B van de trein te stappen, houdt tegenwoordig geen enkele steek meer. Ik begaf me per auto naar het station van Puurs, waar exact op het uur (8.00 uur) een trein passeerde die richting Leuven ging, zodat ik in Mechelen kon overstappen richting Brussel. Het station van Puurs heeft een eigen (onbetaalde) parking, dus dat kwam heel goed uit, al bleek bij aankomst echter - nadat ik enkele plaatselijke omleidingen voor wegenwerken had getrotseerd, die weliswaar waren ingecalculeerd - dat om een onduidelijke reden zowat 1/4 van de parking was aangeduid met bordjes "niet parkeren". Dus, een rit tot bijna het einde van de parking, waar ik het laatste plaatsje vond, om het dan op een loopje te zetten naar het station zelf, want ik moest immers nog een ticketje kopen. In het station gekomen bleek dat de plaatselijke gepensioneerdenbond 1 of andere uitstap bekokstoofde, die met veel omhaal werd aangekondigd aan alle medereizigers in het gebouw, en waarbij voor alle duidelijkheid nog maar eens kond werd gemaakt van de namen van de deelnemers, bij middel van zeer volumineuze naamafroeping door het vrouwmens dat zich als '
Gruppenführer" had opgeworpen. Aangezien iedereen zichtbaar genoot van de persoonlijke aandacht die hen hierbij werd toebedeeld, en bij het horen van de eigen naam een "ja" door het stationsgebouw schalde, waarbij een schalkse blik aan de andere aanwezigen werd geworpen om te laten verstaan "Dat ben ik!", hadden ze zich natuurlijk allemaal rond het vrouwmens geschaard en blokkeerden ze op die manier de hele stationshal, waardoor andere reizigers - die op weg waren naar ernstiger activiteiten - moeite moesten doen om zich een weg te banen door de bende opgehitste veteranen om bij het loket te komen, waar het spoorwegpersoneel het hele tafereel geamuseerd gadesloeg van achter hun kogelvrij uitstalraam. Toen ik een (tamelijk duur) retourticket had aangeschaft en mij naar het juiste perron begaf (na toch maar drie keer te hebben gecheckt of dat wel het juiste was op de aanwezige uurroosters), bleef ik daar even wachten tot de trein eraan kwam. Blijkbaar stond ik ei zo na op de plaats waar mijnheer Huppeldepup elke dag zijn laatste sigaretje rookte voor de trein eraan kwam, want het bebaarde exemplaar in kwestie liep me bijna omver om zich exact tussen mij en het muurtje achter mij te komen installeren, waarop ik niet anders kon dan enkele stappen opzij te doen, want hij wou duidelijk geen millimeter van die ene tegel prijsgeven.

Het traject tot Mechelen verliep perfect, afgezien van het feit dat de trein 3 minuten later vertrok dan volgens schema, maar ach, welke echte Belg maakt daar nu een punt van, zolang hij maar "
à peu près" op tijd is? Door die vertraging was het wel zo dat ik de trein naar Brussel hoorde afkondigen terwijl ik uitstapte en natuurlijk, waarom het gemakkelijk maken als moeilijk ook gaat, was onze trein aangekomen op het spoor aan het ene uiteinde van het station, terwijl die naar Brussel natuurlijk aan het andere uiteinde van het station zou stoppen, waardoor iedereen in een rotvaart tussen de mensenmassa door de Mechelse stationsgang liep in de hoop om nog op tijd te komen. En wat bleek? Er waren zowaar twee treinen die richting Brussel gingen, maar de ene had 5 en de andere 15 minuten vertraging, waardoor we voor niks hadden gespurt.

Op de trein gekomen bleek dat er niet alleen hele banken en aparte zitjes bestaan op de trein, maar er was ook nog keuze uit een soort van halve bankjes. De mensen die daarop zaten zagen eruit van het type semi-autist, die liever niemand naast zich hadden en dus lekker breeduit op het bankje waren gaan zitten, met krant opengeplooid, tas naast zich, enz. Aangezien er nergens nog plaats was - want spitstreinen, vooral als ze vertraging hebben, blijken goed gevuld te zijn - nam ik dan maar voorzichtig plaats op een half bankje naast een dame, die met een vieze blik en een zucht haar handtas opzij trok en helemaal tot tegen het raam schoof. Ik vroeg me al af of de plaatsen soms besproken waren en keek rond om een nummering te vinden, maar kon toch nergens zoiets dergelijks opmerken. Ik had waarschijnlijk het bewegingsruim van de dame in kwestie geschonden.

Bij aankomst in Brussel moest ik een specifieke tram nemen om tot op de Louizalaan te geraken, en aangezien ik wist dat een ticketje op de tram nu duurder was en dat het ongemakkelijk was voor de chauffeur om met wisselgeld in de weer te zijn enz., had ik opgezocht dat er op het centraal station een verkoopkantoor van de plaatselijke MIVB was, waar ik mij alle mogelijke kaartjes, rittenkaart of dagkaart, kon aanschaffen. Ik zocht het hele station af, keek in een paar gangen, bij winkeltjes enz., maar kon nergens het verkooppunt traceren. Je zal maar een vreemde bezoeker zijn die aankomt in Brussel (al was er een plaats waar je Thalys-, Eurostar- en andere internationale ticketten kon kopen, waarbij ik me afvroeg waarom je daar zo'n ticket zou willen kopen, als je net in Brussel bent gearriveerd). Dan bedacht ik me meteen dat zo'n internationale bezoekers waarschijnlijk ook hun ticketjes op de tram zelf moeten kopen, en dat het dus voor mij ook de beste oplossing was. Toen ik op de tram stapte was er voor mij zowaar ook een dame die nog een ticketje moest kopen, en de chauffeur ging hier enigszins aarzelend op in, met een blik op ons gericht alsof we als verdachte criminele individuen eender welk moment een paraplu zouden bovenhalen om hem te lijf te gaan. De vrees voor dergelijke aanvallen zit er diep ingeworteld, bleek duidelijk toen hij me "Deuzeuro!" toesneerde omdat ik niet uit het hoofd wist wat een ticketje kostte. Tijd om het ticketje af te punten had ik niet, want hij ging er met volle vaart vandoor, dus het veiligste wat me te doen stond was gewoon te gaan zitten en geen verdere aandacht meer op mij te vestigen. Gelukkig ben ik op tijd en heelhuids op de afspraak geraakt, maar ik was dan ook ruim anderhalf uur eerder vertrokken vanuit punt A.

De terugreis voltrok zich volgens een gelijkaardig scenario, waarbij in Mechelen tijdens het overstappen bleek dat - in tegenstelling tot in de Engelse metro, waar iedereen mooi aan 1 kant blijft zodat snellere reizigers door kunnen naar hun volgende bestemming - in Belgie iedereen als een zootje ongeregeld in een mensentros de trappen op- en afloopt, waarbij je de keuze hebt om mee te hangen in die tros, of je erdoor te werken zodat je iets meer kans hebt om je trein nog tijdig te halen. Ik koos voor het laatste, want
uiteraard werd mijn reactievermogen ook bij het terugrijden weer op de proef gesteld en diende ik opnieuw een spurt in te zetten naar het verst verwijderde perron, wat mij niet alleen nijdige blikken maar dito opmerkingen en enig duwwerk opleverde van een tweetal dames beladen met de buit van hun dagje shopping, aangezien het hen duidelijk eender was welke trein ze zouden nemen. (De NMBS maakt overigens tegenwoordig reclame om te gaan shoppen per trein in plaats van per auto, dus de modale worker die de hated journey on the train elke morgen dient te ondernemen, gaat veel meer met dit soort tergend trage toeristen te maken krijgen.)

Al bij al was het nog wel leuk, vooral als je niet gehaast bent, want alles heeft zijn positieve kanten, en je hebt tenslotte tijd om wat te lezen, wat in de auto in de file nog steeds niet mogelijk is - als onervaren reiziger weliswaar enigszins nerveus en met een knikkende hoofdbeweging om je er bij elke stop toch maar van te vergewissen dat je je bestemming niet voorbijrijdt. Ondertussen blijkt ook dat het uurrooster van bepaalde treinen weer is aangepast, wat volgens de NMBS de zaken verbetert, maar volgens de reizigers niet. Maar dat zal wel een eeuwigdurende discussie blijven.
De trein is immers, ondertussen meer dan ooit, "altijd een beetje reizen".